Released

We Will Remember Them

Annabel Verbeke
Intro

een film van Annabel Verbeke

Sinds 1919 lijkt het dagdagelijkse leven in Ieper en omstreken bijna geheel in het teken te staan van het herdenken van de Eerste Wereldoorlog. Annabel Verbeke reist door dit herinneringslandschap en stuit op de meest uiteenlopende en soms zelfs tegenstrijdige manieren van herdenken.

Mini-foto voor intro: 
Info

een film van Annabel Verbeke, in coproductie met VRT-Canvas, met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds, en de Tax Shelter van de Belgische Federale Overheid

Na de Eerste Wereldoorlog stond er amper nog een huis recht in de Westhoek.  Ieper en omstreken waren volledig van de kaart geveegd.
Er gingen stemmen op om Ieper niet herop te bouwen, en onaangeroerd te laten, als triest relikwie van een gruwelijke oorlog. Toch mocht Ieper op kosten van de verliezers uit haar as herrijzen, als symbool van wederopstanding te midden van een kerkhof van gevallen soldaten en achtergelaten munitie. De Westhoek is een grote bezinningsplek: hoevelen hun leven voor het vaderland gelaten hebben, hoe gruwelijk het allemaal geweest is, hoe waardevol en kostbaar vrede wel niet is.
Sinds 1928 wordt elke avond de Last Post geblazen. De eerste jaren tussen het puin, vandaag omringd door een aantrekkelijke toeristisch centrum met alle mogelijke faciliteiten van dien: souvenirwinkeltjes, hotels, terrasjes,… De ruimere omgeving kan dan weer verkend worden per georganiseerde busreis, fietstocht of voor hen die het wat exclusiever wensen, per helikopter. Alle oud-strijders zijn overleden en het enige wat ons vandaag rechtstreeks met de oorlog confronteert, zijn de enorme begraafplaatsen waarmee het landschap is bezaaid. Littekens die de oorlog in het landschap achterliet, maar keurig onderhouden worden.
Heeft Ieper vandaag de status van onvolprezen bewaarder van de vrede in het Westen of spelen andere motieven een rol?
We Will Remember Them werpt een geheel andere blik op het concept van herdenken. Annabel Verbeke groeide op in Ieper en was elke dag opnieuw getuige van de diversiteit en intensiteit van herdenken. De aantallen bezoekers en toeristen blijven jaar na jaar stijgen met als onomstotelijk summum de periode 2014-2018.
In 2017 verwelkomde de Westhoek bijna 515.000 herdenkingstoeristen, zoals de bezoekers bij kenniscentrum Westtoer worden genoemd. Ondertussen wordt er ook volop ingezet op de periode na 2018 want ook dan wil de Westhoek toeristen in grote getalen blijven ontvangen. En net dat inspireert haar kritische blik: hoezeer vrede immer gekoesterd moet worden, hoe zinvol stilstaan is bij hen die voor onze vrijheid hun leven gelaten hebben, waar stopt het serene herdenken en begint commerce? Is De Westhoek Disneyland van het herdenken geworden, dagdagelijks bewandeld en verkend door duizenden herdenkingstoeristen? Is het hele herdenkingslandschap een groot platgetreden pad geworden?
Het spreekt voor zich dat het herdenken van de Eerste Wereldoorlog een flinke duit inbrengt in de lokale economie. Of anders gezegd, herdenken is een niet te onderschatten economische activiteit geworden. Niemand in en rond Ieper komt onder het herdenken heen. Toeristen worden in schoonheid ontvangen, kerkhoven perfect onderhouden, de Last Post elke avond met astronomische precisie geblazen, en tussen dat alles heen maken vele vrijwilligers, amateurs en liefhebbers het herdenken tot wat het vandaag is: soms oogverblindend, soms onomwonden, maar vooral gelaagd en divers.

We Will Remember Them is een poëtische interpretatie van dagdagelijkse dynamiek die het herdenken van de Grote Oorlog in en rond Ieper genereert.

Credits

WRITTEN & DIRECTED BY ANNABEL VERBEKE
DIRECTOR OF PHOTOGRPAHY THOMAS SZACKA-MARIER, TIELE MULIER, LIEVEN DECAMPMAKER, ANNABEL VERBEKE, TEUN BROCK
SOUND RECORDING BRAM DERYCKERE, MEHDI CHARNI, KOEN DE LEEUW, THOMAS DOCKX, RUBEN PAUWELS, LUCAS COLLE
EDITED BY ANNA SAVCHENKO
ASSISTANT-DIRECTOR 
PIEN VAN GRINSVEN
PRODUCTION-ASSISTANT ELIEN THEUWISSEN
SOUND EDIT PIETER DEWEIRDT
SOUND MIX GEDEON DERYCKERE
ONLINE EDIT TARSILA NAKAMURA
COLOR GRADING 
MAXIM VAN DE SOMPELE

DELEGATE PRODUCERS ERIC GOOSSENS & FREDERIK NICOLAI
IN CO-PRODUCTION WITH VRT-CANVAS
WITH THE SUPPORT FROM FLANDERS AUDIOVISUAL FUND, CASA KAFKA PICTURES MOVIE TAX SHELTER, THE BELGIAN FEDERAL GOVERNMENT TAX SHELTER

Press

Preview We will remember them in Trouw (11th November 2018)

 

100 jaar na de Eerste Wereldoorlog: ‘Het landschap is de laatste getuige’

Piet Chielens wijst op het spoor van een tractor in het veld voor hem. “Zie je die duiker daarachter? Die betonnen buis die daar onder de doorgaande weg verdwijnt?” In de gouden najaarsgloed die de zon over het veld bij het Begijnenbos (‘Railway Wood’) werpt, lijkt het alsof de directeur van het In Flanders Fields Museum in een romantisch herfstdecor staat. Maar Chielens ziet iets anders. Hij weet dat er zich onder zijn voeten een onzichtbare dodenakker uitstrekt.

“Waar de weg nu loopt, liep destijds een spoorlijn. Die markeerde de voorpost van de Britse loopgraaf. Op een dag in januari 1917 zakte een aantal Duitse soldaten ongemerkt af langs de andere kant van de spoorwegberm en verschool zich in die duiker.” De Duitsers voeren een verrassingsaanval uit, waarbij minstens zes Britten omkomen.

Chielens haalt een kleine Penguin-uitgave uit zijn rugzak, waarvan de linnen kaft is verkleurd en de rug rafelt. De Britse inlichtingenofficier (en latere dichter/schrijver) Edmund Blunden beschreef de loopgravenstrijd bij Railway Wood, een paar kilometer ten oosten van Ieper. “Blunden had die dag het niemandsland tussen de twee linies doorzocht. Als hij ’s nachts een beschieting hoort, denkt hij dat er iets loos is bij de buren, maar het is zijn eigen bataljon dat wordt aangevallen.”

Onveranderd plekje
Hij slaat het boekje open en draagt voor: ‘That culvert, hitherto unnoticed, although only twenty yards ahead of our trench, now appeared painfully prominent.’ (‘Die duiker, tot nu toe onopgemerkt, hoewel slechts twintig meter voor onze loopgraaf, leek nu pijnlijk prominent.’) Het klopt precies, wijst Chielens. “Twenty yards, een kleine twintig meter. Je kunt die literatuur terugvoeren op dat kleine plekje in het landschap dat onveranderd bleef.”


Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden meer dan een half miljoen militairen in de West-Vlaamse loopgraven, die van kustplaats Nieuwpoort via Diksmuide en Ieper naar Noord-Frankrijk liepen. Volgens Chielens is dat landschap van de Westhoek – de streek rond Ieper, Poperinge en Diksmuide in het uiterste westen van België – van grote waarde. “Je ziet hier hoe het landschap nog vastzit aan de oorlog en daar kun je verhalen aan haken. Die kleine individuele verhalen van hoe er van bovenaf werd ingegrepen in de levens van mensen, dat is ook het grote verhaal van de oorlog. Het landschap maakt dat tastbaar.”

Na de oorlog werden de loopgraven op veel plaatsen snel dichtgegooid en de oude percelen opnieuw bebouwd. Maar wie weet waar hij naar moet kijken, ziet overal in het landschap de voetafdruk die de Grote Oorlog in de Westhoek naliet. Lopend langs de ‘Ieperboog’, het voormalige strijdgebied dat een paar kilometer naar het oosten als een halve cirkel om Ieper heen ligt, wijst Chielens op schijnbare betekenisloze details.

“West-Vlaamse boeren zijn zuinige mensen. Zij hergebruikten het materiaal dat ze vonden. Toen ik een klein jongetje was, kon je het verschil nog zien tussen Brits en Duits prikkeldraad waarmee boeren hun weides hadden afgespannen.” Het prikkeldraad is intussen vervangen, maar Chielens wijst op een paaltje waaraan de omheining vastzit: “Een oude biels van de voormalige spoorlijn. Die bruine ring is de hals van een rumkruik. In elk privémuseumpje over de oorlog zie je van die kruiken. De boeren gebruiken ze nog altijd om stukken prikkeldraad te verbinden.”

Chielens wijst hoe de loopgraven hier destijds liepen. Op sommige plekken lagen de strijdende partijen amper dertig meter van elkaar. Wat op luchtfoto’s een grillig patroon lijkt, wordt op de grond een vanzelfsprekendheid: hoogteverschillen, een bosje of een spoorlijn bepaalden de loop van het front.

Omdat niet iedere bezoeker de frontlijn zal herkennen, werden op initiatief van het In Flanders Fields Museum en de stad Ieper 138 olmen geplant langs het front, zoals dat tussen 1915 en 1917 langs Ieper liep. De bomen met een blauw lint staan op de geallieerde loopgraaf, die met een rood lint markeren de Duitse linie (zie kader).

Mijnkraters
Chielens loopt door het veld en wijst op een aantal drooggevallen vijvers in een klein bos op de Bellewaerdeheuvel: “Mijnkraters. Men groef een tunnel vanuit de eigen eerste linie naar de lijn van de tegenstander, bracht een springlading aan en liet de zaak ontploffen. Dat gebeurde hier meer dan dertig keer tussen september 1915 en juli 1917.” Hij houdt halt bij een monument naast het bosje, ter nagedachtenis aan twaalf Britse ondertunnelaars van het regiment van tweede luitenant C.G. Boothby. Aan het hek rond het witte kruis, meer dan manshoog, zijn gehaakte klaproosjes gebonden. “Deze mensen zijn nooit teruggevonden, eigenlijk staan we op hun graf.”

Dat geldt niet alleen voor deze plek. In de hele Westhoek liggen krap zestig centimeter onder het aardoppervlak nog restanten van de oorlog. “Dovo, de ontmijningsdienst van het Belgische leger, maakt hier nog iedere week een rondje langs boeren die munitie hebben gevonden op hun akkers. Dat is ongeveer 150 ton per jaar.”


Waarom het behoud van dat landschap zo belangrijk is? “Het landschap is de laatste getuige van de oorlog”, zegt Chielens (62). “Mijn generatie is de laatste die nog rechtstreeks emotioneel is verankerd in het verhaal van de twee wereldoorlogen, door al die mensen die wij nog hebben gekend die de oorlogen hadden meegemaakt, die ons hebben gevormd.”

Zelf groeide Chielens op in Reningelst, tien kilometer ten zuidwesten van Ieper. Als dokterszoon hoorde hij de verhalen van patiënten die niet ongeschonden uit de oorlog waren gekomen. “Als kind telde ik de graven op de drie begraafplaatsen in ons dorp en ik ontdekte dat er in die vier oorlogsjaren meer mensen waren begraven, dan er in het dorp woonden.”

Voor jongere generaties is de oorlog veel verder weg, zegt filmmaakster Annabel Verbeke (31), die opgroeide in Ieper. Voor haar generatie was de Eerste Wereldoorlog eerder verplichte kost. “Als tiener kwamen de oorlog en vredesprojecten me op school de oren uit, moesten we wéér namen zoeken op een militaire begraafplaats.”

Verbeke maakte een film over de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Toen ze na de filmacademie in Brussel terugkeerde naar haar geboortestreek, begon de herinnering aan de oorlog haar zowel te fascineren als te bevreemden. De toeristenwinkels vol plastic klaproosjuwelen en magneten van de Menenpoort in Ieper, het monument met de namen van vermiste Britten. Cafés die adverteerden met full English breakfast, de supermarkt die zijn waar aanprees op affiches met klaprozen.


Ceremonieel
Haar film heet ‘We Will Remember Them’, naar de platgetreden spreuk die overal in de Westhoek op plastic kransen bij begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten terugkomt. Verbeke ontdekte en filmde eindeloos veel activiteiten rond de oorlog. Ze verwonderde zich over het nog altijd grote aantal herbegravingen. “Dat gebeurt met ontzettend veel ceremonieel. Kosten noch moeite worden gespaard: het gras wordt gemaaid, de stenen ­gepoetst, de plechtigheid geoefend.”

Mooi en bijzonder, vond Verbeke. Maar tegelijk ook vervreemdend. “Er is een gekke ­discrepantie tussen de schoonheid en het eerbetoon op die piekfijne begraafplaatsen en de gruwel van de oorlog. Het verleden wordt op die manier ook gesacraliseerd, bijna verheerlijkt. De doden hebben er niks meer aan en de boodschap van nooit meer oorlog voelt wrang in een tijd waarin er nog zoveel oorlogen worden uitgevochten.”

Sommige scènes in haar film zijn ronduit bevreemdend. Zoals de inleefexcursie voor Britse scholieren, die met gasmaskers op dekking moeten zoeken voor een fictieve gifgasaanval. “Ik kan niet ademen met dit ding, ik stik”, giechelen de tienermeisjes tegen elkaar; de dubbele laag van hun eigen uitspraken lijkt langs hen heen te gaan.

Die afstand tussen de geschiedenis en het heden, de werkelijkheid en de herinnering, is ook moeilijk te overbruggen, meent Verbeke. “Het is moeilijk om die oorlog echt te herinneren. Het is ongelooflijk dat in mijn streek meer dan een half miljoen doden zijn gevallen. Maar het is zo lang geleden, de hedendaagse context is zo anders. Het herdenken is vaak niet het herinneren van de geschiedenis, het gaat vooral over degenen die herdenken.” Ze vraagt zich af of de ‘disneyficatie’ niet is doorgeslagen. “De gedachte om mensen te sensibiliseren en de boodschap ‘nooit meer oorlog’ is deels oprecht, maar de eerste industriële oorlog heeft ook een toeristenindustrie gecreëerd.”

Massatoerisme
De afgelopen vier jaar trok de Westhoek drie miljoen toeristen. “Dat is inderdaad massatoerisme en ja, daar zitten uitwassen bij”, zegt Chielens aan de rand van de Bellewaerdeheuvel. “Heel dat efemere poppy-gedoe is ook niet aan mij besteed. Vaak is het des mensen: niet altijd getuigend van evenveel smaak, maar onschadelijk.”

De initiatieven van het In Flanders Fields Museum bieden een serieuze omgang met de herinnering aan de oorlog, benadrukt hij. “Wij zijn het geheugen van een samenleving die zo snel vergeet waar het heden uit is voortgekomen, en hoe de naoorlogse generatie vorm heeft gegeven aan een verenigd Europa.”

Daarbij heeft het toerisme van de afgelopen decennia de streek er economisch bovenop geholpen, relativeert hij. “Als je het recreatieve kunt koppelen aan dat oorlogsverleden is dat een zinvolle oefening, volgens mij. Die oorlog heeft de blik van deze samenleving bepaald. Sommigen zeggen: het gaat altijd weer over de oorlog. Nee, die oorlog hoort erbij, die heeft ons en het landschap gevormd. Daarin wortelt het fundamentele wantrouwen van de mensen hier in de hogere overheden, die over hun hoofden beslissingen namen. Die oorlog doet ons beseffen waar we vandaan ­komen en vormt een waarschuwing dat we niet weer zulke verschrikkingen laten plaatsvinden. ”

Op het veld passeert Chielens een groep scholieren. “Als er in die klas maar drie leerlingen zijn die vatten dat deze oorlog ging over ­leven en dood van mensen die werden ingezet voor zaken waarvoor ze niet moeten worden ingezet, dan heeft het betekenis. Ik ben er wel optimistisch over dat we die verhalen kunnen doorgeven. Uiteindelijk is de vraag: hoe zorgen we ervoor dat deze doden, dat die zes mannen van Edmund Blunden, niet voor niks de dood in zijn gejaagd.”

 

 

Director

Annabel Verbeke (Ieper, 1987) maakt documentaires. Onderwerpen die onderbelicht worden, haalt ze uit hun schaduw. In woord en beeld rijmt ze authenticiteit met absurditeit. Het alledaagse wordt poëzie en dat is ook hoe ze in het leven staat. Schoonheid zoekt en vindt ze in de kleinste dingen om haar heen. We zijn vaak vervreemd van datgene dat we zo goed kennen en net dat diepmenselijke is wat Annabel met haar zeer eigen en serene filmstijl vertelt.
In 2010 studeerde ze af aan het Rits met grote onderscheiding. Haar eindwerk, de documentaire ‘Les enfants de la mer/mère’, werd door meer dan 20 festivals geselecteerd (waaronder IDFA 2010) en behaalde 8 internationale prijzen. Met deze film won Annabel ook een VAF-wildcard, die haar steun verleende om een nieuwe documentaire naar vrije keuze te realiseren. Voor die Wildcard keerde Annabel terug naar de Westhoek waar ze als kind opgroeide. Onder de titel ‘We will remember them’ verfilmde ze haar facinatie voor het herdenken van de Eerste Wereldoorlog. In november 2018 werd We will remember them voor het eerst aan het publiek vertoont en uitgezonden op Canvas en kon daarbij op hoge kijk -en waarderingscijfers rekenen. Internationaal begint e film haar carrière als slotfilm van het prestigieuze documentairefilmfestival Visions Du Réel in Nyon.
Daarnaast werkte Annabel als regisseur voor verschillende organisaties en tv-zenders. Ze regisseerde onder andere voor topdokters (Vier), Pop-o-rama (Canvas), schreef en regisseerde de aflevering Gilbert uit de documentairereeks 1 op 10 (één) en de korte film Terminus (4x7, Canvas) . Momenteel werkt Annabel met de steun van Canvas, RTBF en VAF | MEDIA aan de nieuwe documentairereeks T(w)o Work, waarvoor ze voor ESODOC is geselecteerd, en regisseert ze een aflevering uit de auteursdocumentairereeks Borderline, een co-productie tussen België, Zweden, Litouwen en Kroatië)
Meer over Annabel op www.annabelverbeke.com

Trailer
Awards / Festivals

Closing film Visions Du Réel, Nyon, Switzerland

Presskit
( ... )

Later als ik groot ben (seizoen 2)

Benoît Van Wambeke
Intro

een kinderdocumentairereeks van Benoît Van Wambeke

In dit tweede seizoen stelt Pieper nieuwe helden met interessante beroepen voor aan onze jonge kijkers.

Mini-foto voor intro: 
Info

een kinderdocumentairereeks (2de seizoen) van Benoît Van Wambeke, in coproductie met VRT-Ketnet, RTBF-Ouftivi, Arte Junior, in samenwerking met VAF | MEDIA, Agentschap Innoveren en Ondernemen, de Tax Shelter van de Belgische Federale Overheid

Al van kinds af aan denken we na over wat we later willen worden. Bij sommige kinderen verandert die keuze elke vijf minuten, anderen blijven voor lange tijd overtuigd van een bepaald beroep. Om een keuze te kunnen maken, is het echter belangrijk om te weten wat er allemaal kan.

In de reeks “Later als ik groot ben” laten we kinderen kennis maken met minder voor de hand liggende beroepen. Elke aflevering vertelt het verhaal van iemand die het aangedurfd heeft om zijn of haar eigen droom waar te maken. Zij zijn de emblematische ‘helden’ in onze reeks die verschillende soorten beroepen en ondernemingen een menselijk gezicht geven en een verhaal vertellen dat ook de kleinsten onder ons zal boeien. Om de kinderen door de afleveringen te begeleiden, werd het 3D-figuurtje Pieper gecreëerd. Pieper zorgt voor humor en durft de opmerkingen maken of de vragen te stellen waarmee de jonge kijkers in hun hoofd zitten.

In dit tweede seizoen ontmoet Pieper een viskweker, een webdesigner, een oprichter van een yogacentrum, een prothesemaker, een taxidermist en nog vele andere helden.

( ... )

How To Meet A Mermaid

Coco Schrijber
Intro

een documentaire film van Coco Schrijber

Mini-foto voor intro: 
Info

een documentaire film van Coco Schrijber, in coproductie met Zeppers Film & TV (NL) en House of Real (DK) met steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds en het Nederlands Film Fonds

In "How To Meet a Mermaid" verbindt de zee de levens van Rebecca, Lex en Miguel die zich afspelen in, op en onder het wateroppervlak. De zee is een psychopaat van het zuiverste water: zowel schoonheid als gevaar, vriend als vijand. Via de stemming van het water wordt de kijker deelgenoot van de twijfels, verdriet en moed van de hoofdpersonen die hulp zoeken bij de oceaan. Ook regisseur Coco Schrijber richt zich tot de oceaan voor antwoorden over haar verdwenen broer Lex, maar hoe begripvol, krachtig of rustgevend de zee ook is, uiteindelijk is zij gewoon water en onverschillig voor onze vragen.Rebecca, Lex en Miguel en hun nabestaanden moeten zichzelf zien te redden.

( ... )

SCHRIJVEN IN DE LAGE LANDEN

Intro

een serie door verschillende gerenommeerde Vlaamse en Nederlandse filmmakers


Mini-foto voor intro: 
Info

een serie door verschillende gerenommeerde Vlaamse en Nederlandse filmmakers, in co-productie met Interakt (NL) en Casa Kafka Pictures (BE), met de steun van VAF | Media, het Nederlands Fonds voor de Film, Het Mediafonds.

“Schrijven in de Lage Landen” is een 25-delige serie van korte portretten van schrijvers uit de lage landen, gemaakt door gerenommeerde filmmakers uit Vlaanderen en Nederland.

Saskia De Coster door Griet Teck
Elvis Peeters door Eva Küpper
Dimitri Verhulst door Emilie Verhamme
Bart Van Loo door Ibbe Daniëls
Lize Spit door Ellen Vermeulen
Sylvia Vanden Heede door Leni Huyghe
Kristien Dieltiens door Gust Van den Berghe
Randall Casaer door Christina Vandekerckhove
Joost de Vries door Rob Rombout
Ernest van der Kwast door Flo Flamme
Stefan Hertmans door Kadir Balci
Christophe Van Gerrewey door Sofie Benoot
Wide Vercnocke door Jan Bultheel
David Van Reybrouck door Dick Tuinder
Annelies Verbeke door Simone de Vries
Tommy Wieringa door Frans Weisz
Marente de Moor door Robert Oey
Gustaaf Peek door Ramón Maria Gieling
Ilja Leonard Pfeijffer door Boudewijn Koole
Ester Naomi Perquin door Catherine van Campen & Tjitske Mussche
Maartje Wortel door Astrid Bussink
Barbara Stok door Lisa Boerstra
Rodaan Al Galidi door John Albert Jansen
Gideon Samson door Barbara Makkinga
Esther Gerritsen door Hans Hylkema

Credits

 

( ... )

EXITUS

Toon Loenders, Bob Thissen, Maximiliaan Dierickx
Intro

een documentaireserie van Toon Loenders, Bob Thissen & Maximiliaan Dierickx


Mini-foto voor intro: 
Info

een documentaire van Toon Loenders, Bob Thissen & Maximiliaan Dierickx, in coproductie met VRT-Canvas, NTR:, Submarine, met steun van het VAF | Mediafonds en het coBofonds

In EXITUS reizen 3 filmmakers - Urban explorers de wereld rond. Ze “exploren” verlaten gebouwen en plekken… Met hun passie voor film gaan ze dieper in op onderwerpen en achterliggende aspecten rond de verlaten gebouwen.
EXITUS laat op een sterke visuele manier de gebouwen en omgeving zelf getuigen van wat er zich ooit afspeelde.
Op een eigenzinnige manier brengen ze nieuw leven in deze mysterieuze wereld…
In EXITUS vertellen ze zo op een vormelijke en stilistische manier, de verhalen achter deze gebouwen. We leiden de kijker binnen in een wereld waar je anders nooit iets over geweten zou hebben.

Credits

Met: Bob Thissen, Jeroen Swyngedouw
DOP: Maximiliaan Dierickx
Geluid: Gedeon Depauw
Montage: Bram Rabaey, Maarten Van Vooren
Productie: Samuel Bruyneel

Trailer
Presskit
( ... )

Later als ik groot ben...

Benoît Van Wambeke
Intro

een kinderdocumentairereeks van Benoit Van Wambeke


Mini-foto voor intro: 
Info

een kinderdocumentairereeks van Benoit Van Wambeke, in coproductie met KETNET, in samenwerking met Agentschap Ondernemen

Zo lang we het ons kunnen herinneren heeft dit zinnetje bij iedereen wel eens door zijn hoofd gespeeld toen hij klein was. Hoe komt het dat iemand nu precies dat of dat beroep kiest? Welk kind droomt nu niet van een fantastische toekomst, boordevol avonturen, ontdekkingen en emoties? De serie “Later als ik groot ben” mikt op kinderen tussen 6 en 12 en brengt mythische beroepen in beeld het verhaal van mensen die het aangedurfd hebben hun eigen avontuur waar te maken. Zij zijn de emblematische ‘helden’ in onze reeks die verschillende soorten beroepen en ondernemingen een menselijk gezicht geven en een verhaal vertellen dat ook de kleinsten onder ons zal boeien. Het is deze doelgroep van jongelingen die nog maar net aan de maatschappij beginnen deel te nemen die wij kennis willen laten maken met mannen en vrouwen die op eigen houtje hun eigen onderneming opgestart zijn, een avontuur ingeduikeld zijn, een buitengewoon beroep gekozen hebben in Vlaanderen of ergens anders ter wereld, maar het wel het ‘hunne’ gemaakt hebben! De stimulans van waaruit deze mensen vertrokken zijn de passie en het plezier waarmee ze hun verhaal begonnen zijn.  In elke aflevering van de reeks belichten wij het verhaal van één persoon/ondernemer op een aanstekelijke manier voor kinderen. Wij gaan mee naar de uitzonderlijke locaties of omgeving waar de ‘held’ zijn job uitvoert, wij luisteren naar de verhalen over de gevaren die ermee gepaard kunnen gaan, en deze beroepen die mensen gekozen hebben gaan we op een visueel aantrekkelijke manier voorstellen.

Credits

regie Benoit Van Wambeke
scenario Nathalie Haspeslagh and Bob Goossens
camera Jan Mestdag
animaties Walking The Dog

Director

Benoit Van Wambeke graduated IAD Brussels
after a career as assistant director of features, televisionfilms and commercials Benoit is directing corporate films, commercials, fictive shortmovies and his own documentaries (youíll never walk alone - 52í RTL-TVI) as well as commissioned projects (the caleidoscopic series - La CitÈ Radieuse - Arte France).

Trailer
( ... )

EL COLOR DEL CAMALEON

Andrés Lubbert
Intro

een film van Andrés Lubbert


Mini-foto voor intro: 
Info

een documentaire film van Andrés Lubbert, in co-productie met VRT-Canvas, RTBF, Blume Producciones (Chili) & Mollywood (Be)  met de steun van het VAF | filmfonds, Creative Europe, le centre du cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles en de Tax Shelter van de Belgische Federale overheid.

Tijdens het Pinochet-regime valt Jorge Lubbert in handen van de Chileense geheime diensten, die hem dwingen voor hen te werken op een bijzonder gewelddadige manier. Hij weet te ontkomen en wordt oorlogscameraman in België. Vandaag maakt zijn zoon Andrés een psychologisch portret van zijn vader waarin ze op zoek gaan naar zijn Chileens onvoltooid verleden.

Credits

scenario en regie Andrés Lübbert
director of photography David Bravo
montage Guillermo Badilla Coto
muziek Alejandro Rivas Cottle

montage adviesAnna Savchenko
geluid Chili Juan Pablo Manriquez
geluid Duitsland Cesar Fernandez Boraz
geluid België Maarten Leemans, Dieter De Mulder

productie Chili Francisco Ovalle
acteur voice over Nico Duran
extra research Javier Rebolledo
kleurcorrecties Veerle Zeelmaekers
geluidsmontage Lieven Dermul
mixage Marius Heuser

gedelegeerd producenten Eric Goossens & Frederik Nicolai
gedelegeerd co-producenten Flor Rubina & David Bravo

Press

De Standaard, 24 februari 2017

EEN CHILEENSE ERFENIS: VADER EN ZOON LÜBBERT 
‘SOMS VOELDE IK MIJ SLACHTOFFER, SOMS FOLTERAAR’
In de jaren 70 probeerde de Chileense geheime dienst Jorge Lübbert op te leiden tot moordmachine. Jorge vluchtte en leed in stilte. Tot zijn zoon Andrés zijn geheim ontdekte. Hoe meer de zoon wou weten, hoe harder de vader zweeg. Langzaamaan dichtten ze de kloof, met een gezamenlijke documentaire over het pijnlijke verleden van de vader. ‘We zijn allebei ver gegaan.’
Yves Delepeleire, foto Fred Debrock
‘Twaalf jaar al staat mijn leven in het teken van de zoektocht naar mijn vader, naar wie hij écht is. Het voelt alsof ik zijn trauma op mij heb genomen. Ik wilde alles van zijn verleden weten. Elk gruwelijk detail. Elke plek waar hij was geweest. Elke pijnlijke herinnering die hij misschien al was vergeten. Ik moest dit doen. Gaandeweg heb ik geleerd dat die zoektocht er evengoed een was naar mijn eigen identiteit. Alles wat ik ben geworden, heb ik aan mijn vader te danken.’
De Belgische filmmaker Andrés Lübbert (32) groeide op in Leuven, met een geromantiseerd beeld van zijn vader: een Chileen die, zoals zovelen destijds, was gevlucht voor het regime van Augusto Pinochet. Papa’s verhaal was dat van zijn Chileense vrienden in Leuven, dacht de zoon. En zijn vader, die zweeg.
‘Toch merkte ik als kind al dat hij anders was’, zegt Andrés. ‘Hij leed aan slapeloosheid en verslavingen. Toen ik 16 was, vond mijn moeder hem na dagen zoeken op een pleintje. Bewusteloos. Hij vluchtte ook in zijn werk, als cameraman in oorlogsgebied. Ik begreep niet waarom hij steeds weer het gevaar opzocht, terwijl hij dat destijds was ontvlucht. Hij had een vrouw en twee kleine kinderen. Soms was hij weken of zelfs maanden van huis. Ik kon zijn bizarre gedrag niet verklaren. Ik wilde hem begrijpen.’
We spreken elkaar in de schaduw van het Berlaymontgebouw, waar de Europese Commissie zit. Andrés’ vader werkt er sinds enkele jaren als cameraman voor Europese politici. Jorge (60) zal op vraag van zijn zoon wat later voor het interview aanschuiven. ‘Sommige zaken vertel ik liever niet waar mijn vader bij is, ook al weet ik dat hij ze zal lezen. Het zou te ongemakkelijk zijn.’ De verborgen familiegeschiedenis heeft hen allebei getekend.
DE SCHADUW VAN PINOCHET 
Jorge beseft dat hij het zaadje destijds zelf bij zijn zoon heeft geplant. Dat hij Andrés’ obsessie met zijn verleden heeft gevoed. ‘Zwijgen en vergeten leek me al die tijd de beste overlevingsstrategie,’ vertelt hij, als hij erbij is komen zitten. ‘Ik vond niet dat ik mijn kinderen met mijn verleden lastig moest vallen. Mijn vrouw dacht er anders over. Ze had gelijk. Maar ik was er niet klaar voor. Ik vond de woorden niet. Ik heb gruwelijke dingen gezien... en gedaan. Ik heb mijn duistere kant, het beest in mij, wakker gemaakt.’
Hij schudt het hoofd. ‘Andrés weet nu veel over mij, maar nog lang niet alles. Sommige dingen zijn gewoon te erg om te vertellen. Te intiem.’
KLAARGESTOOMD OM TE MOORDEN
Toch wist de zoon, die nu een documentaire over zijn zoektocht klaar heeft, lange tijd veel meer dan zijn vader kon vermoeden. Eind jaren 70 vertelde Jorge één keer zijn verhaal, het ware verhaal, aan zijn therapeut, de Chileense psychiater Jorge Barudy. Die was zelf voor de dictatuur van Pinochet gevlucht en woonde ook in Leuven. De audiotapes van die sessies zijn verloren gegaan, maar de oudere broer van Jorge, lang balling in Oost-Duitsland, had er een transcriptie van gemaakt en bewaard.
‘Mijn oom Orlando Lübbert is veel ouder dan mijn vader en altijd een beetje een vaderfiguur voor hem geweest’, zegt Andrés. ‘Ik was 19 toen ik voor het eerst alleen naar Chili reisde en daar bij mijn oom overnachtte. Hij is de eerste die mij heeft verteld wat er werkelijk met mijn vader is gebeurd. Dat hij door de Chileense geheime dienst werd getraind om geheim agent en moordenaar te worden, op de vreselijkste wijzen vaak. Daarna was ik enorm in de war: bang om naar België terug te keren, bang dat ik voortaan anders naar mijn vader zou kijken.’
Drie jaar later gaf Orlando de transcriptie van de sessies aan Andrés. De gruwel openbaarde zich aan hem, veertig pagina’s lang, tot in de kleinste details, en geschreven in de eerste persoon.
‘Mijn broer heeft Andrés met de beste bedoelingen geholpen’, zegt Jorge. ‘Maar in het begin was ik kwaad. Ik vond dat niemand het recht had mijn verhaal te lezen.’
Dat verhaal begon, vertelt Jorge, bij zijn buurman indertijd, een lijfwacht van Pinochet en altijd op zoek naar talent. Hij zag wel iets in de technisch ingenieur die voor een telefoonmaatschappij in Chili werkte. Dus werd Jorge subtiel door zijn baas bij de maatschappij ‘gerekruteerd’. Eerst leerde hij telefoons af te luisteren en stroom af te tappen, skills die elke goede spion onder de knie moet hebben. Hij was er goed in, dacht zelfs zijn bedrijf een dienst te bewijzen. Het bleek maar een eerste test, een opstapje naar meer.
Jorge: ‘Als je wilt dat iemand voor je werkt, moet je zijn geest kapotmaken. Daarna doet hij alles wat je vraagt. Zo ging de geheime dienst te werk. Ik moest stoppen mens te zijn, ik moest mijn emoties uitschakelen en een machine worden, klaar om te moorden. Het was psychologische terreur.
Brainwashing. Hetzelfde proces als waarmee vandaag jihadisten worden geïndoctrineerd, om aanslagen te plegen en mensen te onthoofden.’
Jorge heeft er gestaan, op dat point of no return. De dood deed hem niets meer. Niet die van anderen, niet die van hemzelf. Hij zou zichzelf hebben opgeblazen, als ze hem dat hadden bevolen.
‘Het transformatieproces duurde amper zes maanden. Met dreigementen probeerden ze mij van mijn familie los te koppelen. Ze ontvoerden mij geregeld voor een paar dagen en brachten me naar een geheime plek waar ik werd “getraind”. Ik had een sterke persoonlijkheid, kon meer verdragen dan ande-
ren. Ik had talent om geweld te incasseren. Maar hoe sterk je wil ook is, vroeg of laat breek je.’
Zijn moeder, zegt Jorge, is zijn redding geweest. In de donkerste uren dacht hij aan zijn gelukkige kindertijd, hoe zij door z’n haar woelde. ‘Ik was haar lieveling, ik kon haar niet verraden. Toen ik doorhad dat mijn familie kon worden gegijzeld, is alles veranderd. Ik besefte dat ik weg moest.’
Met de hulp van zijn vader en de Duitse ambassade kon hij naar Oost-Berlijn, waar ook zijn broer was en waar hij een jaar zou blijven. Toen ze hem ook daar op het spoor kwamen, sloeg hij andermaal op de vlucht. Deze keer naar Leuven en met de hulp van Amnesty International, dat de geheime dienst op een dwaalspoor zette naar Zweden. ‘In Oost-Berlijn zaten veel Chilenen. Ik ben er nu van overtuigd dat de geheime dienst mij daarheen wilde sturen om in die gemeenschap van ballingen te infiltreren.’
TERUG NAAR HET SLACHTHUIS
Op 19 juli 1979 kwam Jorge aan in het station van Leuven. Dat eerste jaar in België woonde hij bij zijn psychiater, bij wie hij twee keer per week therapie volgde. En toen leerde hij Mimi kennen, met wie hij nog altijd gelukkig samen is. Ze gingen in een gemeenschapshuis wonen en kregen twee zonen: Federico en Andrés. Een heel gewoon leven, zo leek het. Tot Andrés in Chili ontdekte wie zijn vader was geweest. De eerste keer dat de zoon zijn vader met z’n demonen probeerde te confronteren, zaten ze samen in de auto. Zo kan mijn vader niet weg, dacht Andrés.
‘Hij blokkeerde volledig, kon geen woord meer uitbrengen. Dat heeft zo’n diepe indruk op mij gemaakt dat ik het onderwerp niet meer ter sprake durfde brengen.’
Het zou nog jaren duren voor het idee van een documentaire bespreekbaar werd. En voor hij zijn vader zover kreeg naar de oorden van de gruwel terug te keren, die er vaak verlaten bij lagen, gestold in de tijd.
Tijdens het draaien toetste Andrés beetje bij
beetje de details bij zijn vader af. En beetje bij beetje begon Jorge zich meer te herinneren, dingen die hij zijn therapeut niet had verteld.
‘Die confrontatie was heel zwaar’, zegt Jorge. ‘Alles kwam terug. Hoe ik geblinddoekt naar die plaatsen werd gebracht. De experimenten die ze er met mij deden. Ik herkende het krakende geluid van de deuren. Ik zag mijn folteraars opnieuw in de ruimte staan. Al die tijd dacht ik dat ik mijn geheugen had gewist, maar ik had de herinneringen gewoon ergens heel diep opgeslagen.’
Een van de ergste dingen waaraan Jorge werd blootgesteld, was shocktherapie zoals je die in de film A Clockwork Orange ziet, erop gericht om daders te conditioneren en gevoelloos te maken voor geweld. Dagenlang, zonder enig besef van tijd en ruimte, werd hij verplicht naar de goorste gewelddaden te kijken. Al in 1978 beschreef Peter Watson de methode in War on the Mind.
Het militaire regime in Chili was een van de eerste om ze zo gruwelijk efficiënt toe te passen.
‘Later zijn ze nog verder gegaan’, vertelt Andrés. ‘Een van zijn folteraars heeft een matrasrooster op hem gelegd, met daarbovenop een bloedend lijk. Mijn vader moest zo een hele nacht blijven liggen. Het is een van de laatste dingen die hij in therapie heeft beschreven.’
In de documentaire neemt de zoon zijn vader mee naar het ‘slachthuis’, waar Jorge moest toekijken hoe lijken werden verminkt, en naar de hangars die als folterkamers werden gebruikt. Er vallen veel stiltes. Details geven, daar heeft Jorge het nog altijd heel moeilijk mee. ‘Omdat ze niet nodig zijn om te begrijpen. En omdat ik er niet fier op ben. Soms voelde ik mij slachtoffer, soms folteraar. Door de methoden die ze gebruiken, voel je je op de duur een van hen.’
‘Mijn vader heeft misschien erge dingen gedaan en moeten doen,’ zegt Andrés, ‘maar hij is niet de moordmachine geworden die ze van hem wilden maken. Toen ik de transcriptie van zijn verhaal voor het eerst las, was ik in paniek. Ik wilde van zijn therapeut weten hoe ver hij was gegaan en of hij had gedood. Door zijn beroepsgeheim kon hij niet veel vertellen. Maar zonder dat ik ernaar vroeg, stelde hij mij gerust: “Uw vader heeft niemand vermoord.” En misschien zijn sommige dingen nog erger dan iemand doden, maar ik kan mijn vader niets kwalijk nemen.’
DE SCHADUW VAN PINOCHET
‘Eigenlijk is het een wonder dat hij nog leeft na alles wat hij heeft meegemaakt. Hij is en blijft een slachtoffer. Dat heb ik altijd in het achterhoofd gehouden. Bovendien: hij heeft de moed gehad om erover te praten en te zeggen dat het hem spijt. Dat kan niet van zijn folteraars worden gezegd, die nog altijd vrij rondlopen en alles blijven ontkennen.’
CHILI WIL VOORAL VERGETEN
Die folteraars wou Andrés voor zijn documentaire met de waarheid confronteren. ‘Ik heb zijn baas bij de telefoonmaatschappij thuis opgezocht. Hij ontkende alles of zei dat zijn geheugen hem in de steek liet.’ Gevaarlijker was de poging om met José P. in contact te komen, de broer van een jeugdvriend van Jorge en een van de meest gevreesde instructeurs van de Chileense geheime dienst. Sadistisch, en door de CIA opgeleid aan de beruchte ‘school voor moordenaars’ in Panama.
‘Met de hulp van een journalist in Chili had ik zijn militair dossier bemachtigd’, zegt Andrés. ‘Tot voor kort was hij onderdirecteur van een militaire school. Hij woont in een militaire compound, waar je niet zomaar kunt aanbellen. Dus heb ik de plek geschaduwd, om uit te zoeken wat de beste manier zou zijn om hem te benaderen. Mijn vader was in alle staten. Hij wou niet dat ik daarmee doorging, anders zou hij zijn koffers pakken, zei hij.’
‘Ik heb Andrés verplicht die militaire dossiers in water op te lossen en te verscheuren’, zegt Jorge. ‘Elk spoor, elk bewijs moest worden opgeruimd.’
Andrés erkent dat zijn vader er goed aan heeft gedaan hem tegen te houden. ‘Ik wilde ver gaan. Heel ver. Te ver misschien. Wat zou ik erbij gewonnen hebben? José P. zou nooit hebben toegegeven wat hij had gedaan, en het zou ons waarschijnlijk onnodig in gevaar hebben gebracht. Mijn vader weet tot wat mensen zoals hij in staat zijn. In het leger in Chili zitten nog altijd mensen die tijdens de dictatuur hun handen vuil hebben gemaakt en daar nooit voor veroordeeld zijn. Ze zijn nog altijd redelijk goed georganiseerd. Een paar telefoontjes en ze weten je zo te vinden.’
Zijn ze niet bang voor de reacties, of zelfs repercussies, als de documentaire later
dit jaar in Chili zal worden vertoond? Andrés zocht de ergste folteraars van zijn vader dan wel niet op, hij noemt de naam van José P. (en anderen) en toont zelfs een recente foto van hem. ‘Die man is zich tot vandaag waarschijnlijk nergens van bewust. De verrassing zal des te groter zijn’, zegt Andrés met pretoogjes. ‘Ik ben er zeker van dat hij door de documentaire in de problemen komt.’ Jorge weet beter: ‘Ik geloof niet dat hij nog zal worden aangeklaagd.’
Andrés hoopt, wil geloven, dat hun documentaire iets teweeg zal brengen. ‘Misschien zullen andere slachtoffers opstaan, als ze hem op de foto herkennen. De getuigenis van mijn vader zal in Chili een polemiek veroorzaken. Het is het verhaal van
een onschuldige man die het slachtoffer is geworden van een apparaat en die een ander gezicht geeft aan de terreur van dat apparaat. Hierna kunnen de Chilenen niet meer ontkennen wat destijds is gebeurd. Ze zullen niet meer kunnen zeggen: “Wij geloven u niet.” Want daar zijn ze altijd goed in geweest.’
Jorge en Andrés draaiden voor het eerst in Chili in 2013, tijdens een herdenking van de militaire staatsgreep in 1973. ‘Twee weken lang hadden alle tv-stations het erover, het leek wel collectief exorcisme’, vertelt Jorge. ‘Maar verder wordt er nooit over gesproken. Men wil het verleden vooral vergeten. In Chili is een maatschappelijk debat
over de dictatuur nooit echt mogelijk geweest.’
‘Of ze geraken niet verder dan tegen elkaar te schelden’, vult Andrés aan, ‘de “fascisten” tegen de “communisten”. De Chileense samenleving blijft compleet verdeeld.’
POINT FINAL
De lancering van de documentaire in Chili laat Jorge aan zich voorbijgaan. ‘Te zwaar.’ Het liefst zou hij er niet meer op terugkomen. ‘Ik ben blij dat ik mijn verhaal heb verteld. Het was belangrijk voor mezelf om alles te kunnen reconstrueren en begrijpen. Zonder mijn zoon en de hulp van anderen was dat niet gelukt. Maar nu valt er niets meer te vragen of te vertellen. Dit is een afgesloten hoofdstuk.’
Denkt Andrés er ook zo over? ‘Ik denk dat we allebei ver genoeg zijn gegaan. Weet je, ik heb me soms schuldig gevoeld. Ik ben geen psycholoog of therapeut, maar ik heb veel van mijn vader gevergd. Ik ben blij dat ik ben doorgegaan, maar ik twijfelde soms of ik er wel goed aan deed. Of het zijn ziel zou helen.’
‘Tijdens het draaien van de documentaire heb ik er een Chileense journalist en activist bij gehaald om mijn vader te interviewen, omdat ik voelde dat hij niet alles aan mij kwijt kon. Mijn vader vond dat hij al genoeg had verteld, ik vond van niet. Het is een lang proces geweest om de dialoog op gang te brengen, hij heeft het er nog altijd moeilijk mee.’
Hoe moeilijk ook, het heeft de afstand tussen beiden gedicht. De muur die zo lang tussen hen in stond, is gesloopt.
‘Elke minuut van het proces was intens’, zegt Jorge. ‘Het heeft iets losgemaakt, diep in mij. Ik heb altijd mijn grenzen aangegeven, maar ik heb mijn grenzen ook verlegd. Ik ben blij dat ik mijn zoon het vertrouwen heb gegeven om dit verhaal te vertellen. Ik ben trots op hem. Hij is een man geworden.’
‘Mijn vader heeft zijn grootste geheim aan mij toevertrouwd, in de hoop dat ik er iets goeds mee zou doen’, zegt Andrés. ‘Dat is het mooiste geschenk dat hij mij kon geven.’
‘El color del camaleon’ (‘De kleur van de kameleon’),  vanaf 7/3 in de kleinere cinemazalen, daarna op de festivals Docville en Millennium. Later dit jaar op Canvas en RTBF en ook in de bioscoop in Chili. www.docpoppies.be


 

EEN CHILEENSE ERFENIS: VADER EN ZOON LÜBBERT
‘SOMS VOELDE IK MIJ SLACHTOFFER, SOMS FOLTERAAR’

 

In de jaren 70 probeerde de Chileense geheime dienst Jorge Lübbert op te leiden tot moordmachine. Jorge vluchtte en leed in stilte. Tot zijn zoon Andrés zijn geheim ontdekte. Hoe meer de zoon wou weten, hoe harder de vader zweeg. Langzaamaan dichtten ze de kloof, met een gezamenlijke documentaire over het pijnlijke verleden van de vader. ‘We zijn allebei ver gegaan.’

Yves Delepeleire, foto Fred Debrock

‘Twaalf jaar al staat mijn leven in het teken van de zoektocht naar mijn vader, naar wie hij écht is. Het voelt alsof ik zijn trauma op mij heb genomen. Ik wilde alles van zijn verleden weten. Elk gruwelijk detail. Elke plek waar hij was geweest. Elke pijnlijke herinnering die hij misschien al was vergeten. Ik moest dit doen. Gaandeweg heb ik geleerd dat die zoektocht er evengoed een was naar mijn eigen identiteit. Alles wat ik ben geworden, heb ik aan mijn vader te danken.’

De Belgische filmmaker Andrés Lübbert (32) groeide op in Leuven, met een geromantiseerd beeld van zijn vader: een Chileen die, zoals zovelen destijds, was gevlucht voor het regime van Augusto Pinochet. Papa’s verhaal was dat van zijn Chileense vrienden in Leuven, dacht de zoon. En zijn vader, die zweeg.

‘Toch merkte ik als kind al dat hij anders was’, zegt Andrés. ‘Hij leed aan slapeloosheid en verslavingen. Toen ik 16 was, vond mijn moeder hem na dagen zoeken op een pleintje. Bewusteloos. Hij vluchtte ook in zijn werk, als cameraman in oorlogsgebied. Ik begreep niet waarom hij steeds weer het gevaar opzocht, terwijl hij dat destijds was ontvlucht. Hij had een vrouw en twee kleine kinderen. Soms was hij weken of zelfs maanden van huis. Ik kon zijn bizarre gedrag niet verklaren. Ik wilde hem begrijpen.’

We spreken elkaar in de schaduw van het Berlaymontgebouw, waar de Europese Commissie zit. Andrés’ vader werkt er sinds enkele jaren als cameraman voor Europese politici. Jorge (60) zal op vraag van zijn zoon wat later voor het interview aanschuiven. ‘Sommige zaken vertel ik liever niet waar mijn vader bij is, ook al weet ik dat hij ze zal lezen. Het zou te ongemakkelijk zijn.’ De verborgen familiegeschiedenis heeft hen allebei getekend.

DE SCHADUW VAN PINOCHET
Jorge beseft dat hij het zaadje destijds zelf bij zijn zoon heeft geplant. Dat hij Andrés’ obsessie met zijn verleden heeft gevoed. ‘Zwijgen en vergeten leek me al die tijd de beste overlevingsstrategie,’ vertelt hij, als hij erbij is komen zitten. ‘Ik vond niet dat ik mijn kinderen met mijn verleden lastig moest vallen. Mijn vrouw dacht er anders over. Ze had gelijk. Maar ik was er niet klaar voor. Ik vond de woorden niet. Ik heb gruwelijke dingen gezien... en gedaan. Ik heb mijn duistere kant, het beest in mij, wakker gemaakt.’
Hij schudt het hoofd. ‘Andrés weet nu veel over mij, maar nog lang niet alles. Sommige dingen zijn gewoon te erg om te vertellen. Te intiem.’

KLAARGESTOOMD OM TE MOORDEN
Toch wist de zoon, die nu een documentaire over zijn zoektocht klaar heeft, lange tijd veel meer dan zijn vader kon vermoeden. Eind jaren 70 vertelde Jorge één keer zijn verhaal, het ware verhaal, aan zijn therapeut, de Chileense psychiater Jorge Barudy. Die was zelf voor de dictatuur van Pinochet gevlucht en woonde ook in Leuven. De audiotapes van die sessies zijn verloren gegaan, maar de oudere broer van Jorge, lang balling in Oost-Duitsland, had er een transcriptie van gemaakt en bewaard.

‘Mijn oom Orlando Lübbert is veel ouder dan mijn vader en altijd een beetje een vaderfiguur voor hem geweest’, zegt Andrés. ‘Ik was 19 toen ik voor het eerst alleen naar Chili reisde en daar bij mijn oom overnachtte. Hij is de eerste die mij heeft verteld wat er werkelijk met mijn vader is gebeurd. Dat hij door de Chileense geheime dienst werd getraind om geheim agent en moordenaar te worden, op de vreselijkste wijzen vaak. Daarna was ik enorm in de war: bang om naar België terug te keren, bang dat ik voortaan anders naar mijn vader zou kijken.’

Drie jaar later gaf Orlando de transcriptie van de sessies aan Andrés. De gruwel openbaarde zich aan hem, veertig pagina’s lang, tot in de kleinste details, en geschreven in de eerste persoon.

‘Mijn broer heeft Andrés met de beste bedoelingen geholpen’, zegt Jorge. ‘Maar in het begin was ik kwaad. Ik vond dat niemand het recht had mijn verhaal te lezen.’

Dat verhaal begon, vertelt Jorge, bij zijn buurman indertijd, een lijfwacht van Pinochet en altijd op zoek naar talent. Hij zag wel iets in de technisch ingenieur die voor een telefoonmaatschappij in Chili werkte. Dus werd Jorge subtiel door zijn baas bij de maatschappij ‘gerekruteerd’. Eerst leerde hij telefoons af te luisteren en stroom af te tappen, skills die elke goede spion onder de knie moet hebben. Hij was er goed in, dacht zelfs zijn bedrijf een dienst te bewijzen. Het bleek maar een eerste test, een opstapje naar meer.
Jorge: ‘Als je wilt dat iemand voor je werkt, moet je zijn geest kapotmaken. Daarna doet hij alles wat je vraagt. Zo ging de geheime dienst te werk. Ik moest stoppen mens te zijn, ik moest mijn emoties uitschakelen en een machine worden, klaar om te moorden. Het was psychologische terreur.

Brainwashing. Hetzelfde proces als waarmee vandaag jihadisten worden geïndoctrineerd, om aanslagen te plegen en mensen te onthoofden.’

Jorge heeft er gestaan, op dat point of no return. De dood deed hem niets meer. Niet die van anderen, niet die van hemzelf. Hij zou zichzelf hebben opgeblazen, als ze hem dat hadden bevolen.
‘Het transformatieproces duurde amper zes maanden. Met dreigementen probeerden ze mij van mijn familie los te koppelen. Ze ontvoerden mij geregeld voor een paar dagen en brachten me naar een geheime plek waar ik werd “getraind”. Ik had een sterke persoonlijkheid, kon meer verdragen dan anderen. Ik had talent om geweld te incasseren. Maar hoe sterk je wil ook is, vroeg of laat breek je.’
Zijn moeder, zegt Jorge, is zijn redding geweest. In de donkerste uren dacht hij aan zijn gelukkige kindertijd, hoe zij door z’n haar woelde. ‘Ik was haar lieveling, ik kon haar niet verraden. Toen ik doorhad dat mijn familie kon worden gegijzeld, is alles veranderd. Ik besefte dat ik weg moest.’

Met de hulp van zijn vader en de Duitse ambassade kon hij naar Oost-Berlijn, waar ook zijn broer was en waar hij een jaar zou blijven. Toen ze hem ook daar op het spoor kwamen, sloeg hij andermaal op de vlucht. Deze keer naar Leuven en met de hulp van Amnesty International, dat de geheime dienst op een dwaalspoor zette naar Zweden. ‘In Oost-Berlijn zaten veel Chilenen. Ik ben er nu van overtuigd dat de geheime dienst mij daarheen wilde sturen om in die gemeenschap van ballingen te infiltreren.’

TERUG NAAR HET SLACHTHUIS
Op 19 juli 1979 kwam Jorge aan in het station van Leuven. Dat eerste jaar in België woonde hij bij zijn psychiater, bij wie hij twee keer per week therapie volgde. En toen leerde hij Mimi kennen, met wie hij nog altijd gelukkig samen is. Ze gingen in een gemeenschapshuis wonen en kregen twee zonen: Federico en Andrés. Een heel gewoon leven, zo leek het. Tot Andrés in Chili ontdekte wie zijn vader was geweest. De eerste keer dat de zoon zijn vader met z’n demonen probeerde te confronteren, zaten ze samen in de auto. Zo kan mijn vader niet weg, dacht Andrés.

‘Hij blokkeerde volledig, kon geen woord meer uitbrengen. Dat heeft zo’n diepe indruk op mij gemaakt dat ik het onderwerp niet meer ter sprake durfde brengen.’

Het zou nog jaren duren voor het idee van een documentaire bespreekbaar werd. En voor hij zijn vader zover kreeg naar de oorden van de gruwel terug te keren, die er vaak verlaten bij lagen, gestold in de tijd.

Tijdens het draaien toetste Andrés beetje bij beetje de details bij zijn vader af. En beetje bij beetje begon Jorge zich meer te herinneren, dingen die hij zijn therapeut niet had verteld.

‘Die confrontatie was heel zwaar’, zegt Jorge. ‘Alles kwam terug. Hoe ik geblinddoekt naar die plaatsen werd gebracht. De experimenten die ze er met mij deden. Ik herkende het krakende geluid van de deuren. Ik zag mijn folteraars opnieuw in de ruimte staan. Al die tijd dacht ik dat ik mijn geheugen had gewist, maar ik had de herinneringen gewoon ergens heel diep opgeslagen.’

Een van de ergste dingen waaraan Jorge werd blootgesteld, was shocktherapie zoals je die in de film A Clockwork Orange ziet, erop gericht om daders te conditioneren en gevoelloos te maken voor geweld. Dagenlang, zonder enig besef van tijd en ruimte, werd hij verplicht naar de goorste gewelddaden te kijken. Al in 1978 beschreef Peter Watson de methode in War on the Mind. Het militaire regime in Chili was een van de eerste om ze zo gruwelijk efficiënt toe te passen.

‘Later zijn ze nog verder gegaan’, vertelt Andrés. ‘Een van zijn folteraars heeft een matrasrooster op hem gelegd, met daarbovenop een bloedend lijk. Mijn vader moest zo een hele nacht blijven liggen. Het is een van de laatste dingen die hij in therapie heeft beschreven.’

In de documentaire neemt de zoon zijn vader mee naar het ‘slachthuis’, waar Jorge moest toekijken hoe lijken werden verminkt, en naar de hangars die als folterkamers werden gebruikt. Er vallen veel stiltes. Details geven, daar heeft Jorge het nog altijd heel moeilijk mee. ‘Omdat ze niet nodig zijn om te begrijpen. En omdat ik er niet fier op ben. Soms voelde ik mij slachtoffer, soms folteraar. Door de methoden die ze gebruiken, voel je je op de duur een van hen.’

‘Mijn vader heeft misschien erge dingen gedaan en moeten doen,’ zegt Andrés, ‘maar hij is niet de moordmachine geworden die ze van hem wilden maken. Toen ik de transcriptie van zijn verhaal voor het eerst las, was ik in paniek. Ik wilde van zijn therapeut weten hoe ver hij was gegaan en of hij had gedood. Door zijn beroepsgeheim kon hij niet veel vertellen. Maar zonder dat ik ernaar vroeg, stelde hij mij gerust: “Uw vader heeft niemand vermoord.” En misschien zijn sommige dingen nog erger dan iemand doden, maar ik kan mijn vader niets kwalijk nemen.’

DE SCHADUW VAN PINOCHET
‘Eigenlijk is het een wonder dat hij nog leeft na alles wat hij heeft meegemaakt. Hij is en blijft een slachtoffer. Dat heb ik altijd in het achterhoofd gehouden. Bovendien: hij heeft de moed gehad om erover te praten en te zeggen dat het hem spijt. Dat kan niet van zijn folteraars worden gezegd, die nog altijd vrij rondlopen en alles blijven ontkennen.’

CHILI WIL VOORAL VERGETEN
Die folteraars wou Andrés voor zijn documentaire met de waarheid confronteren. ‘Ik heb zijn baas bij de telefoonmaatschappij thuis opgezocht. Hij ontkende alles of zei dat zijn geheugen hem in de steek liet.’ Gevaarlijker was de poging om met José P. in contact te komen, de broer van een jeugdvriend van Jorge en een van de meest gevreesde instructeurs van de Chileense geheime dienst. Sadistisch, en door de CIA opgeleid aan de beruchte ‘school voor moordenaars’ in Panama.

‘Met de hulp van een journalist in Chili had ik zijn militair dossier bemachtigd’, zegt Andrés. ‘Tot voor kort was hij onderdirecteur van een militaire school. Hij woont in een militaire compound, waar je niet zomaar kunt aanbellen. Dus heb ik de plek geschaduwd, om uit te zoeken wat de beste manier zou zijn om hem te benaderen. Mijn vader was in alle staten. Hij wou niet dat ik daarmee doorging, anders zou hij zijn koffers pakken, zei hij.’

‘Ik heb Andrés verplicht die militaire dossiers in water op te lossen en te verscheuren’, zegt Jorge. ‘Elk spoor, elk bewijs moest worden opgeruimd.’

Andrés erkent dat zijn vader er goed aan heeft gedaan hem tegen te houden. ‘Ik wilde ver gaan. Heel ver. Te ver misschien. Wat zou ik erbij gewonnen hebben? José P. zou nooit hebben toegegeven wat hij had gedaan, en het zou ons waarschijnlijk onnodig in gevaar hebben gebracht. Mijn vader weet tot wat mensen zoals hij in staat zijn. In het leger in Chili zitten nog altijd mensen die tijdens de dictatuur hun handen vuil hebben gemaakt en daar nooit voor veroordeeld zijn. Ze zijn nog altijd redelijk goed georganiseerd. Een paar telefoontjes en ze weten je zo te vinden.’

Zijn ze niet bang voor de reacties, of zelfs repercussies, als de documentaire later dit jaar in Chili zal worden vertoond? Andrés zocht de ergste folteraars van zijn vader dan wel niet op, hij noemt de naam van José P. (en anderen) en toont zelfs een recente foto van hem. ‘Die man is zich tot vandaag waarschijnlijk nergens van bewust. De verrassing zal des te groter zijn’, zegt Andrés met pretoogjes. ‘Ik ben er zeker van dat hij door de documentaire in de problemen komt.’ Jorge weet beter: ‘Ik geloof niet dat hij nog zal worden aangeklaagd.’

Andrés hoopt, wil geloven, dat hun documentaire iets teweeg zal brengen. ‘Misschien zullen andere slachtoffers opstaan, als ze hem op de foto herkennen. De getuigenis van mijn vader zal in Chili een polemiek veroorzaken. Het is het verhaal van een onschuldige man die het slachtoffer is geworden van een apparaat en die een ander gezicht geeft aan de terreur van dat apparaat. Hierna kunnen de Chilenen niet meer ontkennen wat destijds is gebeurd. Ze zullen niet meer kunnen zeggen: “Wij geloven u niet.” Want daar zijn ze altijd goed in geweest.’

Jorge en Andrés draaiden voor het eerst in Chili in 2013, tijdens een herdenking van de militaire staatsgreep in 1973. ‘Twee weken lang hadden alle tv-stations het erover, het leek wel collectief exorcisme’, vertelt Jorge. ‘Maar verder wordt er nooit over gesproken. Men wil het verleden vooral vergeten. In Chili is een maatschappelijk debat over de dictatuur nooit echt mogelijk geweest.’

‘Of ze geraken niet verder dan tegen elkaar te schelden’, vult Andrés aan, ‘de “fascisten” tegen de “communisten”. De Chileense samenleving blijft compleet verdeeld.’

POINT FINAL
De lancering van de documentaire in Chili laat Jorge aan zich voorbijgaan. ‘Te zwaar.’ Het liefst zou hij er niet meer op terugkomen. ‘Ik ben blij dat ik mijn verhaal heb verteld. Het was belangrijk voor mezelf om alles te kunnen reconstrueren en begrijpen. Zonder mijn zoon en de hulp van anderen was dat niet gelukt. Maar nu valt er niets meer te vragen of te vertellen. Dit is een afgesloten hoofdstuk.’

Denkt Andrés er ook zo over? ‘Ik denk dat we allebei ver genoeg zijn gegaan. Weet je, ik heb me soms schuldig gevoeld. Ik ben geen psycholoog of therapeut, maar ik heb veel van mijn vader gevergd. Ik ben blij dat ik ben doorgegaan, maar ik twijfelde soms of ik er wel goed aan deed. Of het zijn ziel zou helen.’

‘Tijdens het draaien van de documentaire heb ik er een Chileense journalist en activist bij gehaald om mijn vader te interviewen, omdat ik voelde dat hij niet alles aan mij kwijt kon. Mijn vader vond dat hij al genoeg had verteld, ik vond van niet. Het is een lang proces geweest om de dialoog op gang te brengen, hij heeft het er nog altijd moeilijk mee.’

Hoe moeilijk ook, het heeft de afstand tussen beiden gedicht. De muur die zo lang tussen hen in stond, is gesloopt.

‘Elke minuut van het proces was intens’, zegt Jorge. ‘Het heeft iets losgemaakt, diep in mij. Ik heb altijd mijn grenzen aangegeven, maar ik heb mijn grenzen ook verlegd. Ik ben blij dat ik mijn zoon het vertrouwen heb gegeven om dit verhaal te vertellen. Ik ben trots op hem. Hij is een man geworden.’

‘Mijn vader heeft zijn grootste geheim aan mij toevertrouwd, in de hoop dat ik er iets goeds mee zou doen’, zegt Andrés. ‘Dat is het mooiste geschenk dat hij mij kon geven.’

‘El color del camaleon’ (‘De kleur van de kameleon’),  vanaf 7/3 in de kleinere cinemazalen, daarna op de festivals Docville en Millennium. Later dit jaar op Canvas en RTBF en ook in de bioscoop in Chili. www.docpoppies.be

Director

De Belgische Chileen Andrés Lübbert heeft een Master in de Audiovisuele Kunsten van de filmschool. Zijn documentaires namen deel aan 130 internationale filmfestivals in twintig landen en wonnen 19 prijzen. In 2013 was hij laureaat van Vocatio, voor zijn roeping in de sociale film. Andrés vertelt vooral verhalen uit zijn interculturele omgeving ivm migratie, identiteit, mensenrechten, en sociale zaken.


FILMOGRAFIE

2017 Dying for life – 77 min
2016 El color del camaleón – 88 min
2012 Marichiweu, venceremos por siempre – 58 min
2010 Colores de La Gloria – 59 min
2009 La realidad – 10 min
2008 Trukyman – 20 min
2007 Búsqueda en el silencio – 62 min

Trailer
Awards / Festivals

 

Special mention, Dok.fest München, Germany
Official Selection Guadalajara International Film Festival, Mexico
Official Selection Sofia International Film Festival, Bulgaria
Official Selection Docville, Belgium
Official Selection Millenium International Documentary Film Festival, Belgium
Official Selection Festival Encuentros del Otro Cine (EDOC), Ecuador
Official Selection International Documentary Festival Buenos Aires (FIDBA), rgentina
Official Selection Festival de Cine de Lima, Peru
Official Selection MARFICI (Festival Internacional de Cine Independientede Mar del Plata), Argentina
Official Selection Human Rights Film Festival Bolivia, Bolivia
Official Selection SANFIC – Santiago International Film Festival, Chile
Official Selection Festival International du Film Nancy, France
Official Selection Festival Internacional de Cine Viña del Mar, Chile
Official Selection Golden Tree International Documentary Festival Germany
Official Selection Viva! Latino Film Festival NYC Int’l, USA
Official Selection Festival de Biarritz Amérique Latine France
Official Selection DokuBaku International Documentary Film Festival, Azerbaidjan
Official Selection Sao Paulo International Film Festival, Brazil

Best Director in Chilean Competition, Santiago International Film Festival (SANFIC), Chile
Audience Award, Santiago International Film Festival (SANFIC), Chile
Special mention, Dok.fest München
, Germany

Official Selection Guadalajara International Film Festival, Mexico
Official Selection Sofia International Film Festival, Bulgaria
Official Selection Docville, Belgium
Official Selection Millenium International Documentary Film Festival, Belgium
Official Selection Festival Encuentros del Otro Cine (EDOC), Ecuador
Official Selection International Documentary Festival Buenos Aires (FIDBA), rgentina
Official Selection Festival de Cine de Lima, Peru
Official Selection MARFICI (Festival Internacional de Cine Independientede Mar del Plata), Argentina
Official Selection Human Rights Film Festival Bolivia, Bolivia
Official Selection SANFIC – Santiago International Film Festival, Chile
Official Selection Festival International du Film Nancy, France
Official Selection Festival Internacional de Cine Viña del Mar, Chile
Official Selection Golden Tree International Documentary Festival, Germany
Official Selection Viva! Latino Film Festival NYC Int’l, USA
Official Selection Festival de Biarritz Amérique Latine, France
Official Selection DokuBaku International Documentary Film Festival, Azerbaidjan
Official Selection Sao Paulo International Film Festival, Brazil

Cinema-release in Belgium by Docpoppies
www.docpoppies.be

Cinema-release in Spain, Chili,...

 

Presskit
( ... )

De 2 oorlogen van Alan Turing

Denis van Waerebeke
Intro

een film van Denis van Waerebeke, in co-productie met les Films d'Ici en RTBF

Mini-foto voor intro: 
Info

een film van Denis van Waerebeke, in co-productie met les Films d'Ici en ARTE, RTBF, met steun van het Media programma van de Europese Unie, Procirep, CNC, de regio Poitou-Charentes, Sofica, le centre du cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles et de VOO en Universciences.

Alan Turing, een briljant wiskundige en vergeten held uit de Tweede Wereldoorlog, speelde een gigantische rol bij de overwinning van de gealiieerden door de Duitse codetaal te breken. Toch zou hij vervolgd worden omwille van zijn vermeende homoseksualiteit, waardoor hij eer aan zichzelf hield en een einde aan zijn leven maakte.
Weinigen wetenschappers hadden zulk een invloed op het verloop van de geschiedenis als Alan Turing, maar dat was niet voldoende hem niet te vervolgen omwille van zijn geaardheid. Deze film wekt zijn bijzondere leven, de geschiedenis en zijn invloed daarop met archieven en animaties weer tot leven en wordt een onbekend stukje van de Tweede Wereldoorlog ontluisterd.

Director

CV DENIS VAN WAEREBEKE

Wiseband (2013)
2 films d’animation pour le lancement du site web du même nom
L’Europe des écrivains (2013)
Habillage pour l’émission d’Arte
Crise / Croissance / Concurrence / Travail / Circuit économique (2012)
5 films de 5 minutes pour pour la Cité de l'économie et de la monnaie, production Montage
séquences animées
 pour "Somnolence" (2012)
un documentaire de Maryse Bergonzat, production Quark
Le TGV raconté aux Martiens & Piétons augmentés (2011)
2 court-métrages en animation pour l’exposition Des transports et des Hommes
James, ou Le roman d’un médicament (2010)
court-métrage animé pour l’exposition Contrefaçon production Cargo films pour Universcience sélectionné à Imagine Science Films 2010 (New York)
Graines de chercheurs (2010)
web-documentaire, production : l’Œil sauvage avec le CNRS et la Cité des sciences
Alphonse contre Crounchymax & Comment nourrir tout le monde (2009)
2 courts-métrages en animation pour l’exposition Bon Appétit, production Montag
finaliste aux Vimeo awards 2010 /// Prix du film éducatif ou scientifique à Annecy 2011
Changer le monde avec le doigt (2009)
court-métrage coécrit avec Jackie Berroyer pour Cut-up (Arte), production Quark
Espèces d’espèces (2008)
documentaire scientifique, 90 min - production Ex-Nihilo / Agat films / France 5 / Arte
grand prix au Festival international du film scientifique de Paris 2008, grand prix au
Science Film Festival Thailand 2009, festival du film de science La Réunion 2008, etc.
Listomania (2007)
pilote pour un magazine de société 2007 production Quark pour Arte (unité documentaire)
Classification systématique du vivant extraterrestre (2006)
12 min. - parodie de films scientifique mélangeant extraits de films et
animation production Cargo pour la soirée « Cosmic Connexion » (Arte)
Karambolage (2003 - 2004)
une dizaine de sujets en animation pour l’émission d’Arte
Archimède (2003 - 2004)
collaboration régulière à l’émission scientifique d’Arte réalisation d’une rubrique quasi-hedomadaire en animation
Cyberculture (1996-1999)
collaboration régulière au magazine de Canal + réalisation de numéro spéciaux, notamment « Simulateurs ! » et « 25 ans de jeux vidéo »
Clips (1993-1998)
(Les Innocents, Vladtronic...) & spots publicitaires (Volkswagen...) production Le Village et Gédéon
La saga des Nobel (1997)
conception graphique de la série (13 x 26 minutes) & réalisation de 2 films
production Guilgamesh pour la Cinquième
Extérieurs nuits (1993-1994)
collaboration régulière à l’émission de cinéma de FRANCE 3, production Flachfilm
Le bal des casse-pieds (1993)
générique pour le film de Yves Robert
L’œil du cyclone - Overgame (1993)
documentaire / création autour des jeux vidéo, production Le Village pour Canal +
Dynamo (1992)
sujets en banc titre et animation par ordinateur pour le magazine de La Sept Production Téléma / La Sept
Le Grand Marteau Show (1988)
jeu télé parodique, production Ex-Nihilo pour Vidéo Plaisir (CANAL +)
prix de la première oeuvre du GREC, mérite spécial au Tokyo Video Festival

( ... )

Verzonken

Marc Schmidt
Intro

een film van Marc Schmidt

In coproductie met seriousFilm, met steun van het Nederlands Filmfonds en het Vlaams Audiovisueel Fonds.

Mini-foto voor intro: 
Info

Een film van Marc Schmidt, in coproductie met seriousFilm, met steun van het Nederlands Filmfonds en het Vlaams Audiovisueel Fonds.

Hoe ervaar je de tijd wanneer het contact met de buitenwereld verloren gaat en je niet meer continue met prikkels wordt geconfronteerd? In een combinatie van documentairebeelden, visuele effecten en een fictieve monologue interieur verbeeldt deze film hoe een oudere geïsoleerde vrouw de greep op haar omgeving en zichzelf verliest en verzinkt in een droomachtige toestand waarin haar gedachtes, herinneringen en emoties vrijelijk in elkaar overlopen.

Director

 

Marc Schmidt (1970) werkt als onafhankelijk regisseur en geluidsman van documentaire films. Na zijn studie film- en televisiewetenschap in Utrecht en de kunstacademie in Tilburg, heeft hij als geluidsman en editor aan de meest uiteenlopende producties gewerkt. Daarnaast regisseerde hij een aantal korte fictiefilms. In de loop van de jaren heeft de documentairefilm zijn liefde gewonnen. Behalve als geluidsman werkt hij nu voornamelijk als regisseur van documentaires voor de publieke omroep. 
De rol van sociale codes in ons leven is een terugkerend thema in zijn werk. Hij maakte onder andere Schoolplein, een conceptuele documentaire over een schoolplein, gefilmd vanaf zijn balkon, en Bidcatcher, een visuele impressie van een veiling, waarmee hij de prijs voor beste documentaire op het Tampere Filmfestival won. Momenteel ontwikkelt hij Het Chimpansee Complex, een film over het resocialisatieproces van getraumatiseerde chimpansees.
De regels van Matthijs is een persoonlijke documentaire over zijn autistische schoolvriend.

Marc Schmidt (1970) werkt als onafhankelijk regisseur en geluidsman van documentaire films. Na zijn studie film- en televisiewetenschap in Utrecht en de kunstacademie in Tilburg, heeft hij als geluidsman en editor aan de meest uiteenlopende producties gewerkt. Daarnaast regisseerde hij een aantal korte fictiefilms. In de loop van de jaren heeft de documentairefilm zijn liefde gewonnen. Behalve als geluidsman werkt hij nu voornamelijk als regisseur van documentaires voor de publieke omroep. 

De rol van sociale codes in ons leven is een terugkerend thema in zijn werk. Hij maakte onder andere Schoolplein, een conceptuele documentaire over een schoolplein, gefilmd vanaf zijn balkon, en Bidcatcher, een visuele impressie van een veiling, waarmee hij de prijs voor beste documentaire op het Tampere Filmfestival won. Momenteel ontwikkelt hij Het Chimpansee Complex, een film over het resocialisatieproces van getraumatiseerde chimpansees.

De regels van Matthijs is een persoonlijke documentaire over zijn autistische schoolvriend.

 

Awards / Festivals

Netherlands Film Festival in 2014 - Dutch Documentary Competition

Presskit
( ... )

The only son

Simonka De Jong
Intro

a film by Simonka de Jong

in coproductie met IDtv-docs, de Boeddhistische Omroep Stichting, met steun van het Nederlands Filmfonds, het Nederlands Media-fonds, het coBo-Fonds,het Vlaams Audiovisueel Fonds.

Mini-foto voor intro: 
Info

een film van Simonka de Jong, in coproductie met IDtv-docs, de Boeddhistische Omroep Stichting, met steun van het Nederlands Filmfonds,  het Nederlands Media-fonds, het coBo-Fonds,het Vlaams Audiovisueel Fonds.

De familieverhoudingen binnen een Tibetaans gezin dat leeft op verschillende continenten, worden onder druk gezet wanneer zoon Pema moet trouwen met een meisje uit zijn geboortedorp

Credits

Written & Directed by Simonka de Jong
camera Wiro Felix
sound recordist Rik Meier
edited by Menno Boerema
original music by Hans Helewaut
De_tocht 1Nils Fauth

Director

Simonka de Jong (Amsterdam, 9 mei 1972) is een Nederlands journalist en documentairemaaktster.

De Jong bezocht het Montessori Lyceum Amsterdam en studeerde vervolgens filosofie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Tijdens haar studie verbleef ze enkele perioden in het buitenland, voor verdere studie in Padua en Norwich. Hierna deed ze verschillende vervolgopleidingen op het gebied van scenarioschrijven en regie. Ze werkte als redacteur van het tijdschrift Kunstlicht en voor het dagblad Trouw. Vanaf 2000 werkte ze als medewerker publiciteit bij kunstcentrum De Appel. Vanaf 2002 was ze freelance journalist voor verschillende kranten. In 2004 won ze de scenarioprijs van het IDFA-festival.

In 2005 debuteerde ze op het IDFA met haar documentaire Tsjechisch Kerstfeest over de relatie tussen haar moeder en tante. In 2008 maakte ze de documentaire Yvette over een stoer, maar kwetsbaar Lonsdalemeisje. In 2011 kwam de documentaire Het zwijgen van Loe de Jong uit, waarin ze de relatie tussen haar grootvader Loe de Jong en diens tweelingbroer Sally belicht.

Trailer
Awards / Festivals

World première at IDFA, Amsterdam, The netherlands, 2012
official selection Hot Docs, Toronto, 2013
Documentary Edge Festival, New Zeeland, 2013

( ... )
Syndicate content