Released

We Will Remember Them

Annabel Verbeke
Intro

un film de Annabel Verbeke

Depuis 1919, chaque journée à Ypres, le capital du Westhoek, est dédié à la commémoration de la Première Guerre Mondiale. La réalisatrice Annabel Verbeke nous emmène à travers de ce paysage du souvenir unique et découvre toutes les manières possibles et contradictoires de commémoration.

Mini-foto voor intro: 
Info

un film de  Annabel Verbeke, en coproduction avec VRT-Canvas, avec le support du Fonds de Film Flamand et le Tax Shelter du Gouvernement Belge. 

« Dans les champs de Flandres, les coquelicots fleurissent entre les croix... » Ce poème du lieutenant colonel canadien John Mc Rae évoque l'une des pires boucheries de la Grande Guerre, qui s'est déroulée autour d'Ypres. Rasée pendant le conflit, la cité a été reconstruite grâce aux réparations allemandes, et est devenue un centre mondial de commémoration. Les coquelicots imagés du soldat sont aujourd'hui fabriqués en série : les « poppy » se transforment en gerbes, boucles d'oreilles ou tout autre objet mémoriel acheté comme souvenir par les nombreux visiteurs affluant dans la région. Native d'Ypres, Annabel Verbeke observe avec une perplexité amusée ce carnaval commémoratif qui assure à la ville rente financière et emplois durables – il faut une véritable armée pour entretenir la centaine de cimetières militaires. Grâce à la rigueur de son cadre, la durée juste des plans qui le composent, We Will Remember Them offre une méditation parfois mordante sur la manière dont les hommes transforment la mémoire de « l'Histoire avec sa grande hache » en parc d'attraction touristique.

Credits

WRITTEN & DIRECTED BY ANNABEL VERBEKE
DIRECTOR OF PHOTOGRPAHY THOMAS SZACKA-MARIER, TIELE MULIER, LIEVEN DECAMPMAKER, ANNABEL VERBEKE, TEUN BROCK
SOUND RECORDING BRAM DERYCKERE, MEHDI CHARNI, KOEN DE LEEUW, THOMAS DOCKX, RUBEN PAUWELS, LUCAS COLLE
EDITED BY ANNA SAVCHENKO
ASSISTANT-DIRECTOR 
PIEN VAN GRINSVEN
PRODUCTION-ASSISTANT ELIEN THEUWISSEN
SOUND EDIT PIETER DEWEIRDT
SOUND MIX GEDEON DERYCKERE
ONLINE EDIT TARSILA NAKAMURA
COLOR GRADING 
MAXIM VAN DE SOMPELE

DELEGATE PRODUCERS ERIC GOOSSENS & FREDERIK NICOLAI
IN CO-PRODUCTION WITH VRT-CANVAS
WITH THE SUPPORT FROM FLANDERS AUDIOVISUAL FUND, CASA KAFKA PICTURES MOVIE TAX SHELTER, THE BELGIAN FEDERAL GOVERNMENT TAX SHELTER

Press

Preview We will remember them in Trouw (11th November 2018)

 

100 jaar na de Eerste Wereldoorlog: ‘Het landschap is de laatste getuige’

Piet Chielens wijst op het spoor van een tractor in het veld voor hem. “Zie je die duiker daarachter? Die betonnen buis die daar onder de doorgaande weg verdwijnt?” In de gouden najaarsgloed die de zon over het veld bij het Begijnenbos (‘Railway Wood’) werpt, lijkt het alsof de directeur van het In Flanders Fields Museum in een romantisch herfstdecor staat. Maar Chielens ziet iets anders. Hij weet dat er zich onder zijn voeten een onzichtbare dodenakker uitstrekt.

“Waar de weg nu loopt, liep destijds een spoorlijn. Die markeerde de voorpost van de Britse loopgraaf. Op een dag in januari 1917 zakte een aantal Duitse soldaten ongemerkt af langs de andere kant van de spoorwegberm en verschool zich in die duiker.” De Duitsers voeren een verrassingsaanval uit, waarbij minstens zes Britten omkomen.

Chielens haalt een kleine Penguin-uitgave uit zijn rugzak, waarvan de linnen kaft is verkleurd en de rug rafelt. De Britse inlichtingenofficier (en latere dichter/schrijver) Edmund Blunden beschreef de loopgravenstrijd bij Railway Wood, een paar kilometer ten oosten van Ieper. “Blunden had die dag het niemandsland tussen de twee linies doorzocht. Als hij ’s nachts een beschieting hoort, denkt hij dat er iets loos is bij de buren, maar het is zijn eigen bataljon dat wordt aangevallen.”

Onveranderd plekje
Hij slaat het boekje open en draagt voor: ‘That culvert, hitherto unnoticed, although only twenty yards ahead of our trench, now appeared painfully prominent.’ (‘Die duiker, tot nu toe onopgemerkt, hoewel slechts twintig meter voor onze loopgraaf, leek nu pijnlijk prominent.’) Het klopt precies, wijst Chielens. “Twenty yards, een kleine twintig meter. Je kunt die literatuur terugvoeren op dat kleine plekje in het landschap dat onveranderd bleef.”


Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden meer dan een half miljoen militairen in de West-Vlaamse loopgraven, die van kustplaats Nieuwpoort via Diksmuide en Ieper naar Noord-Frankrijk liepen. Volgens Chielens is dat landschap van de Westhoek – de streek rond Ieper, Poperinge en Diksmuide in het uiterste westen van België – van grote waarde. “Je ziet hier hoe het landschap nog vastzit aan de oorlog en daar kun je verhalen aan haken. Die kleine individuele verhalen van hoe er van bovenaf werd ingegrepen in de levens van mensen, dat is ook het grote verhaal van de oorlog. Het landschap maakt dat tastbaar.”

Na de oorlog werden de loopgraven op veel plaatsen snel dichtgegooid en de oude percelen opnieuw bebouwd. Maar wie weet waar hij naar moet kijken, ziet overal in het landschap de voetafdruk die de Grote Oorlog in de Westhoek naliet. Lopend langs de ‘Ieperboog’, het voormalige strijdgebied dat een paar kilometer naar het oosten als een halve cirkel om Ieper heen ligt, wijst Chielens op schijnbare betekenisloze details.

“West-Vlaamse boeren zijn zuinige mensen. Zij hergebruikten het materiaal dat ze vonden. Toen ik een klein jongetje was, kon je het verschil nog zien tussen Brits en Duits prikkeldraad waarmee boeren hun weides hadden afgespannen.” Het prikkeldraad is intussen vervangen, maar Chielens wijst op een paaltje waaraan de omheining vastzit: “Een oude biels van de voormalige spoorlijn. Die bruine ring is de hals van een rumkruik. In elk privémuseumpje over de oorlog zie je van die kruiken. De boeren gebruiken ze nog altijd om stukken prikkeldraad te verbinden.”

Chielens wijst hoe de loopgraven hier destijds liepen. Op sommige plekken lagen de strijdende partijen amper dertig meter van elkaar. Wat op luchtfoto’s een grillig patroon lijkt, wordt op de grond een vanzelfsprekendheid: hoogteverschillen, een bosje of een spoorlijn bepaalden de loop van het front.

Omdat niet iedere bezoeker de frontlijn zal herkennen, werden op initiatief van het In Flanders Fields Museum en de stad Ieper 138 olmen geplant langs het front, zoals dat tussen 1915 en 1917 langs Ieper liep. De bomen met een blauw lint staan op de geallieerde loopgraaf, die met een rood lint markeren de Duitse linie (zie kader).

Mijnkraters
Chielens loopt door het veld en wijst op een aantal drooggevallen vijvers in een klein bos op de Bellewaerdeheuvel: “Mijnkraters. Men groef een tunnel vanuit de eigen eerste linie naar de lijn van de tegenstander, bracht een springlading aan en liet de zaak ontploffen. Dat gebeurde hier meer dan dertig keer tussen september 1915 en juli 1917.” Hij houdt halt bij een monument naast het bosje, ter nagedachtenis aan twaalf Britse ondertunnelaars van het regiment van tweede luitenant C.G. Boothby. Aan het hek rond het witte kruis, meer dan manshoog, zijn gehaakte klaproosjes gebonden. “Deze mensen zijn nooit teruggevonden, eigenlijk staan we op hun graf.”

Dat geldt niet alleen voor deze plek. In de hele Westhoek liggen krap zestig centimeter onder het aardoppervlak nog restanten van de oorlog. “Dovo, de ontmijningsdienst van het Belgische leger, maakt hier nog iedere week een rondje langs boeren die munitie hebben gevonden op hun akkers. Dat is ongeveer 150 ton per jaar.”


Waarom het behoud van dat landschap zo belangrijk is? “Het landschap is de laatste getuige van de oorlog”, zegt Chielens (62). “Mijn generatie is de laatste die nog rechtstreeks emotioneel is verankerd in het verhaal van de twee wereldoorlogen, door al die mensen die wij nog hebben gekend die de oorlogen hadden meegemaakt, die ons hebben gevormd.”

Zelf groeide Chielens op in Reningelst, tien kilometer ten zuidwesten van Ieper. Als dokterszoon hoorde hij de verhalen van patiënten die niet ongeschonden uit de oorlog waren gekomen. “Als kind telde ik de graven op de drie begraafplaatsen in ons dorp en ik ontdekte dat er in die vier oorlogsjaren meer mensen waren begraven, dan er in het dorp woonden.”

Voor jongere generaties is de oorlog veel verder weg, zegt filmmaakster Annabel Verbeke (31), die opgroeide in Ieper. Voor haar generatie was de Eerste Wereldoorlog eerder verplichte kost. “Als tiener kwamen de oorlog en vredesprojecten me op school de oren uit, moesten we wéér namen zoeken op een militaire begraafplaats.”

Verbeke maakte een film over de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Toen ze na de filmacademie in Brussel terugkeerde naar haar geboortestreek, begon de herinnering aan de oorlog haar zowel te fascineren als te bevreemden. De toeristenwinkels vol plastic klaproosjuwelen en magneten van de Menenpoort in Ieper, het monument met de namen van vermiste Britten. Cafés die adverteerden met full English breakfast, de supermarkt die zijn waar aanprees op affiches met klaprozen.


Ceremonieel
Haar film heet ‘We Will Remember Them’, naar de platgetreden spreuk die overal in de Westhoek op plastic kransen bij begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten terugkomt. Verbeke ontdekte en filmde eindeloos veel activiteiten rond de oorlog. Ze verwonderde zich over het nog altijd grote aantal herbegravingen. “Dat gebeurt met ontzettend veel ceremonieel. Kosten noch moeite worden gespaard: het gras wordt gemaaid, de stenen ­gepoetst, de plechtigheid geoefend.”

Mooi en bijzonder, vond Verbeke. Maar tegelijk ook vervreemdend. “Er is een gekke ­discrepantie tussen de schoonheid en het eerbetoon op die piekfijne begraafplaatsen en de gruwel van de oorlog. Het verleden wordt op die manier ook gesacraliseerd, bijna verheerlijkt. De doden hebben er niks meer aan en de boodschap van nooit meer oorlog voelt wrang in een tijd waarin er nog zoveel oorlogen worden uitgevochten.”

Sommige scènes in haar film zijn ronduit bevreemdend. Zoals de inleefexcursie voor Britse scholieren, die met gasmaskers op dekking moeten zoeken voor een fictieve gifgasaanval. “Ik kan niet ademen met dit ding, ik stik”, giechelen de tienermeisjes tegen elkaar; de dubbele laag van hun eigen uitspraken lijkt langs hen heen te gaan.

Die afstand tussen de geschiedenis en het heden, de werkelijkheid en de herinnering, is ook moeilijk te overbruggen, meent Verbeke. “Het is moeilijk om die oorlog echt te herinneren. Het is ongelooflijk dat in mijn streek meer dan een half miljoen doden zijn gevallen. Maar het is zo lang geleden, de hedendaagse context is zo anders. Het herdenken is vaak niet het herinneren van de geschiedenis, het gaat vooral over degenen die herdenken.” Ze vraagt zich af of de ‘disneyficatie’ niet is doorgeslagen. “De gedachte om mensen te sensibiliseren en de boodschap ‘nooit meer oorlog’ is deels oprecht, maar de eerste industriële oorlog heeft ook een toeristenindustrie gecreëerd.”

Massatoerisme
De afgelopen vier jaar trok de Westhoek drie miljoen toeristen. “Dat is inderdaad massatoerisme en ja, daar zitten uitwassen bij”, zegt Chielens aan de rand van de Bellewaerdeheuvel. “Heel dat efemere poppy-gedoe is ook niet aan mij besteed. Vaak is het des mensen: niet altijd getuigend van evenveel smaak, maar onschadelijk.”

De initiatieven van het In Flanders Fields Museum bieden een serieuze omgang met de herinnering aan de oorlog, benadrukt hij. “Wij zijn het geheugen van een samenleving die zo snel vergeet waar het heden uit is voortgekomen, en hoe de naoorlogse generatie vorm heeft gegeven aan een verenigd Europa.”

Daarbij heeft het toerisme van de afgelopen decennia de streek er economisch bovenop geholpen, relativeert hij. “Als je het recreatieve kunt koppelen aan dat oorlogsverleden is dat een zinvolle oefening, volgens mij. Die oorlog heeft de blik van deze samenleving bepaald. Sommigen zeggen: het gaat altijd weer over de oorlog. Nee, die oorlog hoort erbij, die heeft ons en het landschap gevormd. Daarin wortelt het fundamentele wantrouwen van de mensen hier in de hogere overheden, die over hun hoofden beslissingen namen. Die oorlog doet ons beseffen waar we vandaan ­komen en vormt een waarschuwing dat we niet weer zulke verschrikkingen laten plaatsvinden. ”

Op het veld passeert Chielens een groep scholieren. “Als er in die klas maar drie leerlingen zijn die vatten dat deze oorlog ging over ­leven en dood van mensen die werden ingezet voor zaken waarvoor ze niet moeten worden ingezet, dan heeft het betekenis. Ik ben er wel optimistisch over dat we die verhalen kunnen doorgeven. Uiteindelijk is de vraag: hoe zorgen we ervoor dat deze doden, dat die zes mannen van Edmund Blunden, niet voor niks de dood in zijn gejaagd.”

 

 

Director

Annabel Verbeke, born in Ypres, Belgium in 1987, is a documentary filmmaker.

As a filmmaker, Annabel is looking for beauty in the most modest and common things surrounding us.  She always has been fascinated by subjects that are seemingly common but at the same not always very visible. She like to unhide and unravel these fascinating stories, bringing both its poetry and absurdity to the surface. This often neglected but obvious beauty is the core of Annabel essayistic and serene filmic approach. Banality is changed into poetry, darkness of life countered with refined humor.

In 2010, Annabel graduated Cum Laude at RITCS Film School in Brussels. Her graduation film "Les enfants de la mer/mère" - "Children of the sea" won 8 international awards and was selected by more than 20 international film festivals. The Flanders Audiovisual Fund honoured her with a wildcard, giving her the budget and opportunity to create a new documentary project. "Children of the sea" was broadcasted on the national Belgian broadcasting company VRT-Canvas.

Her wildcard project, entitled "We will remember them", was released in 2018. In this film Annabel travels back to the area where she grew up as a little kid: the Westhoek in Belgium, where 100 years ago the First World War was so heavily fought. Today Annabel makes a journey through this region, where war museums, cemeteries and monuments are playing a central role in both history and daily reality, trying to understand the contemporary meaning of commemoration.

In the past years, Annabel has been working as a freelancer for several broadcasters and production companies, directing commisionned documentary films, series and tv programmes.

Currently she is developing a new documentary series in collaboration with both national Belgian broadcasters VRT-Canvas and RTBF, and with the support from the Flanders Audiovisual Fund, called "Duo for a job". In this 6-part documentary series, young people with a migration background are supported in their search for suitable and intended work by native and somewhat older Belgian people, who are looking for a new challenge in their life. Annabel will be the leading director, managing and tutoring a group of young talented directors, freshly graduated from Docmads.eu. Docmads is a joint masters programme in documentary filmmaking delivered by a consortium of three prominent European universities across three countries: Portugal, Hungary and Belgium. All young directors will have a migration background themselves, which takes the project to a next level. She is looking forward to this unique exchange of cultures and stories between filmmakers and characters.

Trailer
Awards / Festivals

Closing film Visions Du Réel, Nyon, Switzerland

Presskit
( ... )

Je voudrais devenir (saison 2)

Benoît Van Wambeke
Intro

une série de documentaires pour enfants de Benoît Van Wambeke

Dans cette deuxième saison Pieper présente de nouveaux héros à nos jeunes téléspectateurs.
Mini-foto voor intro: 
Info

une série de documentaires pour enfants (2e saison) de Benoît Van Wambeke, en co-production avec VRT-Ketnet, RTBF-Ouftivi, Arte Junior, en collaboration avec VAF | MEDIA, Agentschap Innoveren en Ondernemen, le Tax Shelter du Gouvernement Fédéral de Belgique

Aussi loin que nos souvenirs nous le permettent, cette phrase nous a, à tous, trottée un jour ou l'autre dans la tête lors de notre enfance. Quels sont les facteurs qui font que tel ou tel individu choisit tel ou tel métier ?
L'environnement social et l'éducation sont probablement des éléments essentiels mais, heureusement, ils ne sont pas les seuls. Désir, rêve et plaisir peuvent également être des moteurs de satisfaction qui aident l'individu dans le choix de son occupation professionnelle.

"Je voudrais devenir..." fait découvrir aux enfants, des femmes et des hommes qui exercent un métier "extraordinaire" - le leur - et les guide à travers les infinies possibilités qu'il y a à choisir un métier. La passion et le plaisir peuvent finalement être les éléments fondamentaux de leur choix, de leur vie.

"Je voudrais devenir..." raconte des histoires de "héros".  Chaque épisode s'intéresse à un "héros" en pleine action.

"Je voudrais devenir..." est structuré par des chapitres et est animé par Pieper - un personnage virtuel en 3D - qui aide les enfants à comprendre chaque épisode avec humour, passion et parfois même, effronterie...

"Je voudrais devenir..." se déroule dans des décors surprenants, ouvre l'esprit, invite à découvrir, voyager et apprendre

Dans cette deuxième saison, Pieper rencontre un pisciculteur, un web designer, un administrateur de centres yoga, un prothésiste, un taxidermiste et de nombreux autres héros.

( ... )

EL COLOR DEL CAMALEON

Andrés Lubbert
Intro

un film de Andrés Lubbert


Mini-foto voor intro: 
Info

en film de Andrés Lubbert, en co-production avec la RTBF, Blume Producciones (Chili), Made in Germany (Allemange) et Cinesdud Promotion (France) avec le support du VAF | filmfund, Creative Europe, le centre du cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles.

Pendant le régime de Pinochet, Jorge est interpelé par les services secrets chiliens qui usent de violence pour le forcer à travailler pour eux. Il parvient à s'échapper et devient caméraman de guerre. Aujourd'hui, son fils réalise de lui un portrait psychologique, cherchant à reconstruire son passé chilien décomposé.

Credits

written & directed by Andrés Lübbert
director of photography David Bravo
edited by Guillermo Badilla Coto
original music by Alejandro Rivas Cottle

editing consultant Anna Savchenko
sound engineer Chile Juan Pablo Manriquez
sound engineer Germany Cesar Fernandez Boraz
sound engineer Belgium Maarten Leemans, Dieter De Mulder

production Chile Francisco Ovalle
voice over actor Nico Duran
additional research Javier Rebolledo
color grading Veerle Zeelmaekers
sound edit Lieven Dermul
sound mix Marius Heuser

delegate producers Eric Goossens & Frederik Nicolai
delegate co-producers Flor Rubina & David Bravo

Press

De Standaard, 24 februari 2017

EEN CHILEENSE ERFENIS: VADER EN ZOON LÜBBERT 
‘SOMS VOELDE IK MIJ SLACHTOFFER, SOMS FOLTERAAR’
In de jaren 70 probeerde de Chileense geheime dienst Jorge Lübbert op te leiden tot moordmachine. Jorge vluchtte en leed in stilte. Tot zijn zoon Andrés zijn geheim ontdekte. Hoe meer de zoon wou weten, hoe harder de vader zweeg. Langzaamaan dichtten ze de kloof, met een gezamenlijke documentaire over het pijnlijke verleden van de vader. ‘We zijn allebei ver gegaan.’
Yves Delepeleire, foto Fred Debrock
‘Twaalf jaar al staat mijn leven in het teken van de zoektocht naar mijn vader, naar wie hij écht is. Het voelt alsof ik zijn trauma op mij heb genomen. Ik wilde alles van zijn verleden weten. Elk gruwelijk detail. Elke plek waar hij was geweest. Elke pijnlijke herinnering die hij misschien al was vergeten. Ik moest dit doen. Gaandeweg heb ik geleerd dat die zoektocht er evengoed een was naar mijn eigen identiteit. Alles wat ik ben geworden, heb ik aan mijn vader te danken.’
De Belgische filmmaker Andrés Lübbert (32) groeide op in Leuven, met een geromantiseerd beeld van zijn vader: een Chileen die, zoals zovelen destijds, was gevlucht voor het regime van Augusto Pinochet. Papa’s verhaal was dat van zijn Chileense vrienden in Leuven, dacht de zoon. En zijn vader, die zweeg.
‘Toch merkte ik als kind al dat hij anders was’, zegt Andrés. ‘Hij leed aan slapeloosheid en verslavingen. Toen ik 16 was, vond mijn moeder hem na dagen zoeken op een pleintje. Bewusteloos. Hij vluchtte ook in zijn werk, als cameraman in oorlogsgebied. Ik begreep niet waarom hij steeds weer het gevaar opzocht, terwijl hij dat destijds was ontvlucht. Hij had een vrouw en twee kleine kinderen. Soms was hij weken of zelfs maanden van huis. Ik kon zijn bizarre gedrag niet verklaren. Ik wilde hem begrijpen.’
We spreken elkaar in de schaduw van het Berlaymontgebouw, waar de Europese Commissie zit. Andrés’ vader werkt er sinds enkele jaren als cameraman voor Europese politici. Jorge (60) zal op vraag van zijn zoon wat later voor het interview aanschuiven. ‘Sommige zaken vertel ik liever niet waar mijn vader bij is, ook al weet ik dat hij ze zal lezen. Het zou te ongemakkelijk zijn.’ De verborgen familiegeschiedenis heeft hen allebei getekend.
DE SCHADUW VAN PINOCHET 
Jorge beseft dat hij het zaadje destijds zelf bij zijn zoon heeft geplant. Dat hij Andrés’ obsessie met zijn verleden heeft gevoed. ‘Zwijgen en vergeten leek me al die tijd de beste overlevingsstrategie,’ vertelt hij, als hij erbij is komen zitten. ‘Ik vond niet dat ik mijn kinderen met mijn verleden lastig moest vallen. Mijn vrouw dacht er anders over. Ze had gelijk. Maar ik was er niet klaar voor. Ik vond de woorden niet. Ik heb gruwelijke dingen gezien... en gedaan. Ik heb mijn duistere kant, het beest in mij, wakker gemaakt.’
Hij schudt het hoofd. ‘Andrés weet nu veel over mij, maar nog lang niet alles. Sommige dingen zijn gewoon te erg om te vertellen. Te intiem.’
KLAARGESTOOMD OM TE MOORDEN
Toch wist de zoon, die nu een documentaire over zijn zoektocht klaar heeft, lange tijd veel meer dan zijn vader kon vermoeden. Eind jaren 70 vertelde Jorge één keer zijn verhaal, het ware verhaal, aan zijn therapeut, de Chileense psychiater Jorge Barudy. Die was zelf voor de dictatuur van Pinochet gevlucht en woonde ook in Leuven. De audiotapes van die sessies zijn verloren gegaan, maar de oudere broer van Jorge, lang balling in Oost-Duitsland, had er een transcriptie van gemaakt en bewaard.
‘Mijn oom Orlando Lübbert is veel ouder dan mijn vader en altijd een beetje een vaderfiguur voor hem geweest’, zegt Andrés. ‘Ik was 19 toen ik voor het eerst alleen naar Chili reisde en daar bij mijn oom overnachtte. Hij is de eerste die mij heeft verteld wat er werkelijk met mijn vader is gebeurd. Dat hij door de Chileense geheime dienst werd getraind om geheim agent en moordenaar te worden, op de vreselijkste wijzen vaak. Daarna was ik enorm in de war: bang om naar België terug te keren, bang dat ik voortaan anders naar mijn vader zou kijken.’
Drie jaar later gaf Orlando de transcriptie van de sessies aan Andrés. De gruwel openbaarde zich aan hem, veertig pagina’s lang, tot in de kleinste details, en geschreven in de eerste persoon.
‘Mijn broer heeft Andrés met de beste bedoelingen geholpen’, zegt Jorge. ‘Maar in het begin was ik kwaad. Ik vond dat niemand het recht had mijn verhaal te lezen.’
Dat verhaal begon, vertelt Jorge, bij zijn buurman indertijd, een lijfwacht van Pinochet en altijd op zoek naar talent. Hij zag wel iets in de technisch ingenieur die voor een telefoonmaatschappij in Chili werkte. Dus werd Jorge subtiel door zijn baas bij de maatschappij ‘gerekruteerd’. Eerst leerde hij telefoons af te luisteren en stroom af te tappen, skills die elke goede spion onder de knie moet hebben. Hij was er goed in, dacht zelfs zijn bedrijf een dienst te bewijzen. Het bleek maar een eerste test, een opstapje naar meer.
Jorge: ‘Als je wilt dat iemand voor je werkt, moet je zijn geest kapotmaken. Daarna doet hij alles wat je vraagt. Zo ging de geheime dienst te werk. Ik moest stoppen mens te zijn, ik moest mijn emoties uitschakelen en een machine worden, klaar om te moorden. Het was psychologische terreur.
Brainwashing. Hetzelfde proces als waarmee vandaag jihadisten worden geïndoctrineerd, om aanslagen te plegen en mensen te onthoofden.’
Jorge heeft er gestaan, op dat point of no return. De dood deed hem niets meer. Niet die van anderen, niet die van hemzelf. Hij zou zichzelf hebben opgeblazen, als ze hem dat hadden bevolen.
‘Het transformatieproces duurde amper zes maanden. Met dreigementen probeerden ze mij van mijn familie los te koppelen. Ze ontvoerden mij geregeld voor een paar dagen en brachten me naar een geheime plek waar ik werd “getraind”. Ik had een sterke persoonlijkheid, kon meer verdragen dan ande-
ren. Ik had talent om geweld te incasseren. Maar hoe sterk je wil ook is, vroeg of laat breek je.’
Zijn moeder, zegt Jorge, is zijn redding geweest. In de donkerste uren dacht hij aan zijn gelukkige kindertijd, hoe zij door z’n haar woelde. ‘Ik was haar lieveling, ik kon haar niet verraden. Toen ik doorhad dat mijn familie kon worden gegijzeld, is alles veranderd. Ik besefte dat ik weg moest.’
Met de hulp van zijn vader en de Duitse ambassade kon hij naar Oost-Berlijn, waar ook zijn broer was en waar hij een jaar zou blijven. Toen ze hem ook daar op het spoor kwamen, sloeg hij andermaal op de vlucht. Deze keer naar Leuven en met de hulp van Amnesty International, dat de geheime dienst op een dwaalspoor zette naar Zweden. ‘In Oost-Berlijn zaten veel Chilenen. Ik ben er nu van overtuigd dat de geheime dienst mij daarheen wilde sturen om in die gemeenschap van ballingen te infiltreren.’
TERUG NAAR HET SLACHTHUIS
Op 19 juli 1979 kwam Jorge aan in het station van Leuven. Dat eerste jaar in België woonde hij bij zijn psychiater, bij wie hij twee keer per week therapie volgde. En toen leerde hij Mimi kennen, met wie hij nog altijd gelukkig samen is. Ze gingen in een gemeenschapshuis wonen en kregen twee zonen: Federico en Andrés. Een heel gewoon leven, zo leek het. Tot Andrés in Chili ontdekte wie zijn vader was geweest. De eerste keer dat de zoon zijn vader met z’n demonen probeerde te confronteren, zaten ze samen in de auto. Zo kan mijn vader niet weg, dacht Andrés.
‘Hij blokkeerde volledig, kon geen woord meer uitbrengen. Dat heeft zo’n diepe indruk op mij gemaakt dat ik het onderwerp niet meer ter sprake durfde brengen.’
Het zou nog jaren duren voor het idee van een documentaire bespreekbaar werd. En voor hij zijn vader zover kreeg naar de oorden van de gruwel terug te keren, die er vaak verlaten bij lagen, gestold in de tijd.
Tijdens het draaien toetste Andrés beetje bij
beetje de details bij zijn vader af. En beetje bij beetje begon Jorge zich meer te herinneren, dingen die hij zijn therapeut niet had verteld.
‘Die confrontatie was heel zwaar’, zegt Jorge. ‘Alles kwam terug. Hoe ik geblinddoekt naar die plaatsen werd gebracht. De experimenten die ze er met mij deden. Ik herkende het krakende geluid van de deuren. Ik zag mijn folteraars opnieuw in de ruimte staan. Al die tijd dacht ik dat ik mijn geheugen had gewist, maar ik had de herinneringen gewoon ergens heel diep opgeslagen.’
Een van de ergste dingen waaraan Jorge werd blootgesteld, was shocktherapie zoals je die in de film A Clockwork Orange ziet, erop gericht om daders te conditioneren en gevoelloos te maken voor geweld. Dagenlang, zonder enig besef van tijd en ruimte, werd hij verplicht naar de goorste gewelddaden te kijken. Al in 1978 beschreef Peter Watson de methode in War on the Mind.
Het militaire regime in Chili was een van de eerste om ze zo gruwelijk efficiënt toe te passen.
‘Later zijn ze nog verder gegaan’, vertelt Andrés. ‘Een van zijn folteraars heeft een matrasrooster op hem gelegd, met daarbovenop een bloedend lijk. Mijn vader moest zo een hele nacht blijven liggen. Het is een van de laatste dingen die hij in therapie heeft beschreven.’
In de documentaire neemt de zoon zijn vader mee naar het ‘slachthuis’, waar Jorge moest toekijken hoe lijken werden verminkt, en naar de hangars die als folterkamers werden gebruikt. Er vallen veel stiltes. Details geven, daar heeft Jorge het nog altijd heel moeilijk mee. ‘Omdat ze niet nodig zijn om te begrijpen. En omdat ik er niet fier op ben. Soms voelde ik mij slachtoffer, soms folteraar. Door de methoden die ze gebruiken, voel je je op de duur een van hen.’
‘Mijn vader heeft misschien erge dingen gedaan en moeten doen,’ zegt Andrés, ‘maar hij is niet de moordmachine geworden die ze van hem wilden maken. Toen ik de transcriptie van zijn verhaal voor het eerst las, was ik in paniek. Ik wilde van zijn therapeut weten hoe ver hij was gegaan en of hij had gedood. Door zijn beroepsgeheim kon hij niet veel vertellen. Maar zonder dat ik ernaar vroeg, stelde hij mij gerust: “Uw vader heeft niemand vermoord.” En misschien zijn sommige dingen nog erger dan iemand doden, maar ik kan mijn vader niets kwalijk nemen.’
DE SCHADUW VAN PINOCHET
‘Eigenlijk is het een wonder dat hij nog leeft na alles wat hij heeft meegemaakt. Hij is en blijft een slachtoffer. Dat heb ik altijd in het achterhoofd gehouden. Bovendien: hij heeft de moed gehad om erover te praten en te zeggen dat het hem spijt. Dat kan niet van zijn folteraars worden gezegd, die nog altijd vrij rondlopen en alles blijven ontkennen.’
CHILI WIL VOORAL VERGETEN
Die folteraars wou Andrés voor zijn documentaire met de waarheid confronteren. ‘Ik heb zijn baas bij de telefoonmaatschappij thuis opgezocht. Hij ontkende alles of zei dat zijn geheugen hem in de steek liet.’ Gevaarlijker was de poging om met José P. in contact te komen, de broer van een jeugdvriend van Jorge en een van de meest gevreesde instructeurs van de Chileense geheime dienst. Sadistisch, en door de CIA opgeleid aan de beruchte ‘school voor moordenaars’ in Panama.
‘Met de hulp van een journalist in Chili had ik zijn militair dossier bemachtigd’, zegt Andrés. ‘Tot voor kort was hij onderdirecteur van een militaire school. Hij woont in een militaire compound, waar je niet zomaar kunt aanbellen. Dus heb ik de plek geschaduwd, om uit te zoeken wat de beste manier zou zijn om hem te benaderen. Mijn vader was in alle staten. Hij wou niet dat ik daarmee doorging, anders zou hij zijn koffers pakken, zei hij.’
‘Ik heb Andrés verplicht die militaire dossiers in water op te lossen en te verscheuren’, zegt Jorge. ‘Elk spoor, elk bewijs moest worden opgeruimd.’
Andrés erkent dat zijn vader er goed aan heeft gedaan hem tegen te houden. ‘Ik wilde ver gaan. Heel ver. Te ver misschien. Wat zou ik erbij gewonnen hebben? José P. zou nooit hebben toegegeven wat hij had gedaan, en het zou ons waarschijnlijk onnodig in gevaar hebben gebracht. Mijn vader weet tot wat mensen zoals hij in staat zijn. In het leger in Chili zitten nog altijd mensen die tijdens de dictatuur hun handen vuil hebben gemaakt en daar nooit voor veroordeeld zijn. Ze zijn nog altijd redelijk goed georganiseerd. Een paar telefoontjes en ze weten je zo te vinden.’
Zijn ze niet bang voor de reacties, of zelfs repercussies, als de documentaire later
dit jaar in Chili zal worden vertoond? Andrés zocht de ergste folteraars van zijn vader dan wel niet op, hij noemt de naam van José P. (en anderen) en toont zelfs een recente foto van hem. ‘Die man is zich tot vandaag waarschijnlijk nergens van bewust. De verrassing zal des te groter zijn’, zegt Andrés met pretoogjes. ‘Ik ben er zeker van dat hij door de documentaire in de problemen komt.’ Jorge weet beter: ‘Ik geloof niet dat hij nog zal worden aangeklaagd.’
Andrés hoopt, wil geloven, dat hun documentaire iets teweeg zal brengen. ‘Misschien zullen andere slachtoffers opstaan, als ze hem op de foto herkennen. De getuigenis van mijn vader zal in Chili een polemiek veroorzaken. Het is het verhaal van
een onschuldige man die het slachtoffer is geworden van een apparaat en die een ander gezicht geeft aan de terreur van dat apparaat. Hierna kunnen de Chilenen niet meer ontkennen wat destijds is gebeurd. Ze zullen niet meer kunnen zeggen: “Wij geloven u niet.” Want daar zijn ze altijd goed in geweest.’
Jorge en Andrés draaiden voor het eerst in Chili in 2013, tijdens een herdenking van de militaire staatsgreep in 1973. ‘Twee weken lang hadden alle tv-stations het erover, het leek wel collectief exorcisme’, vertelt Jorge. ‘Maar verder wordt er nooit over gesproken. Men wil het verleden vooral vergeten. In Chili is een maatschappelijk debat
over de dictatuur nooit echt mogelijk geweest.’
‘Of ze geraken niet verder dan tegen elkaar te schelden’, vult Andrés aan, ‘de “fascisten” tegen de “communisten”. De Chileense samenleving blijft compleet verdeeld.’
POINT FINAL
De lancering van de documentaire in Chili laat Jorge aan zich voorbijgaan. ‘Te zwaar.’ Het liefst zou hij er niet meer op terugkomen. ‘Ik ben blij dat ik mijn verhaal heb verteld. Het was belangrijk voor mezelf om alles te kunnen reconstrueren en begrijpen. Zonder mijn zoon en de hulp van anderen was dat niet gelukt. Maar nu valt er niets meer te vragen of te vertellen. Dit is een afgesloten hoofdstuk.’
Denkt Andrés er ook zo over? ‘Ik denk dat we allebei ver genoeg zijn gegaan. Weet je, ik heb me soms schuldig gevoeld. Ik ben geen psycholoog of therapeut, maar ik heb veel van mijn vader gevergd. Ik ben blij dat ik ben doorgegaan, maar ik twijfelde soms of ik er wel goed aan deed. Of het zijn ziel zou helen.’
‘Tijdens het draaien van de documentaire heb ik er een Chileense journalist en activist bij gehaald om mijn vader te interviewen, omdat ik voelde dat hij niet alles aan mij kwijt kon. Mijn vader vond dat hij al genoeg had verteld, ik vond van niet. Het is een lang proces geweest om de dialoog op gang te brengen, hij heeft het er nog altijd moeilijk mee.’
Hoe moeilijk ook, het heeft de afstand tussen beiden gedicht. De muur die zo lang tussen hen in stond, is gesloopt.
‘Elke minuut van het proces was intens’, zegt Jorge. ‘Het heeft iets losgemaakt, diep in mij. Ik heb altijd mijn grenzen aangegeven, maar ik heb mijn grenzen ook verlegd. Ik ben blij dat ik mijn zoon het vertrouwen heb gegeven om dit verhaal te vertellen. Ik ben trots op hem. Hij is een man geworden.’
‘Mijn vader heeft zijn grootste geheim aan mij toevertrouwd, in de hoop dat ik er iets goeds mee zou doen’, zegt Andrés. ‘Dat is het mooiste geschenk dat hij mij kon geven.’
‘El color del camaleon’ (‘De kleur van de kameleon’),  vanaf 7/3 in de kleinere cinemazalen, daarna op de festivals Docville en Millennium. Later dit jaar op Canvas en RTBF en ook in de bioscoop in Chili. www.docpoppies.be


 

EEN CHILEENSE ERFENIS: VADER EN ZOON LÜBBERT
‘SOMS VOELDE IK MIJ SLACHTOFFER, SOMS FOLTERAAR’

 

In de jaren 70 probeerde de Chileense geheime dienst Jorge Lübbert op te leiden tot moordmachine. Jorge vluchtte en leed in stilte. Tot zijn zoon Andrés zijn geheim ontdekte. Hoe meer de zoon wou weten, hoe harder de vader zweeg. Langzaamaan dichtten ze de kloof, met een gezamenlijke documentaire over het pijnlijke verleden van de vader. ‘We zijn allebei ver gegaan.’

Yves Delepeleire, foto Fred Debrock

‘Twaalf jaar al staat mijn leven in het teken van de zoektocht naar mijn vader, naar wie hij écht is. Het voelt alsof ik zijn trauma op mij heb genomen. Ik wilde alles van zijn verleden weten. Elk gruwelijk detail. Elke plek waar hij was geweest. Elke pijnlijke herinnering die hij misschien al was vergeten. Ik moest dit doen. Gaandeweg heb ik geleerd dat die zoektocht er evengoed een was naar mijn eigen identiteit. Alles wat ik ben geworden, heb ik aan mijn vader te danken.’

De Belgische filmmaker Andrés Lübbert (32) groeide op in Leuven, met een geromantiseerd beeld van zijn vader: een Chileen die, zoals zovelen destijds, was gevlucht voor het regime van Augusto Pinochet. Papa’s verhaal was dat van zijn Chileense vrienden in Leuven, dacht de zoon. En zijn vader, die zweeg.

‘Toch merkte ik als kind al dat hij anders was’, zegt Andrés. ‘Hij leed aan slapeloosheid en verslavingen. Toen ik 16 was, vond mijn moeder hem na dagen zoeken op een pleintje. Bewusteloos. Hij vluchtte ook in zijn werk, als cameraman in oorlogsgebied. Ik begreep niet waarom hij steeds weer het gevaar opzocht, terwijl hij dat destijds was ontvlucht. Hij had een vrouw en twee kleine kinderen. Soms was hij weken of zelfs maanden van huis. Ik kon zijn bizarre gedrag niet verklaren. Ik wilde hem begrijpen.’

We spreken elkaar in de schaduw van het Berlaymontgebouw, waar de Europese Commissie zit. Andrés’ vader werkt er sinds enkele jaren als cameraman voor Europese politici. Jorge (60) zal op vraag van zijn zoon wat later voor het interview aanschuiven. ‘Sommige zaken vertel ik liever niet waar mijn vader bij is, ook al weet ik dat hij ze zal lezen. Het zou te ongemakkelijk zijn.’ De verborgen familiegeschiedenis heeft hen allebei getekend.

DE SCHADUW VAN PINOCHET
Jorge beseft dat hij het zaadje destijds zelf bij zijn zoon heeft geplant. Dat hij Andrés’ obsessie met zijn verleden heeft gevoed. ‘Zwijgen en vergeten leek me al die tijd de beste overlevingsstrategie,’ vertelt hij, als hij erbij is komen zitten. ‘Ik vond niet dat ik mijn kinderen met mijn verleden lastig moest vallen. Mijn vrouw dacht er anders over. Ze had gelijk. Maar ik was er niet klaar voor. Ik vond de woorden niet. Ik heb gruwelijke dingen gezien... en gedaan. Ik heb mijn duistere kant, het beest in mij, wakker gemaakt.’
Hij schudt het hoofd. ‘Andrés weet nu veel over mij, maar nog lang niet alles. Sommige dingen zijn gewoon te erg om te vertellen. Te intiem.’

KLAARGESTOOMD OM TE MOORDEN
Toch wist de zoon, die nu een documentaire over zijn zoektocht klaar heeft, lange tijd veel meer dan zijn vader kon vermoeden. Eind jaren 70 vertelde Jorge één keer zijn verhaal, het ware verhaal, aan zijn therapeut, de Chileense psychiater Jorge Barudy. Die was zelf voor de dictatuur van Pinochet gevlucht en woonde ook in Leuven. De audiotapes van die sessies zijn verloren gegaan, maar de oudere broer van Jorge, lang balling in Oost-Duitsland, had er een transcriptie van gemaakt en bewaard.

‘Mijn oom Orlando Lübbert is veel ouder dan mijn vader en altijd een beetje een vaderfiguur voor hem geweest’, zegt Andrés. ‘Ik was 19 toen ik voor het eerst alleen naar Chili reisde en daar bij mijn oom overnachtte. Hij is de eerste die mij heeft verteld wat er werkelijk met mijn vader is gebeurd. Dat hij door de Chileense geheime dienst werd getraind om geheim agent en moordenaar te worden, op de vreselijkste wijzen vaak. Daarna was ik enorm in de war: bang om naar België terug te keren, bang dat ik voortaan anders naar mijn vader zou kijken.’

Drie jaar later gaf Orlando de transcriptie van de sessies aan Andrés. De gruwel openbaarde zich aan hem, veertig pagina’s lang, tot in de kleinste details, en geschreven in de eerste persoon.

‘Mijn broer heeft Andrés met de beste bedoelingen geholpen’, zegt Jorge. ‘Maar in het begin was ik kwaad. Ik vond dat niemand het recht had mijn verhaal te lezen.’

Dat verhaal begon, vertelt Jorge, bij zijn buurman indertijd, een lijfwacht van Pinochet en altijd op zoek naar talent. Hij zag wel iets in de technisch ingenieur die voor een telefoonmaatschappij in Chili werkte. Dus werd Jorge subtiel door zijn baas bij de maatschappij ‘gerekruteerd’. Eerst leerde hij telefoons af te luisteren en stroom af te tappen, skills die elke goede spion onder de knie moet hebben. Hij was er goed in, dacht zelfs zijn bedrijf een dienst te bewijzen. Het bleek maar een eerste test, een opstapje naar meer.
Jorge: ‘Als je wilt dat iemand voor je werkt, moet je zijn geest kapotmaken. Daarna doet hij alles wat je vraagt. Zo ging de geheime dienst te werk. Ik moest stoppen mens te zijn, ik moest mijn emoties uitschakelen en een machine worden, klaar om te moorden. Het was psychologische terreur.

Brainwashing. Hetzelfde proces als waarmee vandaag jihadisten worden geïndoctrineerd, om aanslagen te plegen en mensen te onthoofden.’

Jorge heeft er gestaan, op dat point of no return. De dood deed hem niets meer. Niet die van anderen, niet die van hemzelf. Hij zou zichzelf hebben opgeblazen, als ze hem dat hadden bevolen.
‘Het transformatieproces duurde amper zes maanden. Met dreigementen probeerden ze mij van mijn familie los te koppelen. Ze ontvoerden mij geregeld voor een paar dagen en brachten me naar een geheime plek waar ik werd “getraind”. Ik had een sterke persoonlijkheid, kon meer verdragen dan anderen. Ik had talent om geweld te incasseren. Maar hoe sterk je wil ook is, vroeg of laat breek je.’
Zijn moeder, zegt Jorge, is zijn redding geweest. In de donkerste uren dacht hij aan zijn gelukkige kindertijd, hoe zij door z’n haar woelde. ‘Ik was haar lieveling, ik kon haar niet verraden. Toen ik doorhad dat mijn familie kon worden gegijzeld, is alles veranderd. Ik besefte dat ik weg moest.’

Met de hulp van zijn vader en de Duitse ambassade kon hij naar Oost-Berlijn, waar ook zijn broer was en waar hij een jaar zou blijven. Toen ze hem ook daar op het spoor kwamen, sloeg hij andermaal op de vlucht. Deze keer naar Leuven en met de hulp van Amnesty International, dat de geheime dienst op een dwaalspoor zette naar Zweden. ‘In Oost-Berlijn zaten veel Chilenen. Ik ben er nu van overtuigd dat de geheime dienst mij daarheen wilde sturen om in die gemeenschap van ballingen te infiltreren.’

TERUG NAAR HET SLACHTHUIS
Op 19 juli 1979 kwam Jorge aan in het station van Leuven. Dat eerste jaar in België woonde hij bij zijn psychiater, bij wie hij twee keer per week therapie volgde. En toen leerde hij Mimi kennen, met wie hij nog altijd gelukkig samen is. Ze gingen in een gemeenschapshuis wonen en kregen twee zonen: Federico en Andrés. Een heel gewoon leven, zo leek het. Tot Andrés in Chili ontdekte wie zijn vader was geweest. De eerste keer dat de zoon zijn vader met z’n demonen probeerde te confronteren, zaten ze samen in de auto. Zo kan mijn vader niet weg, dacht Andrés.

‘Hij blokkeerde volledig, kon geen woord meer uitbrengen. Dat heeft zo’n diepe indruk op mij gemaakt dat ik het onderwerp niet meer ter sprake durfde brengen.’

Het zou nog jaren duren voor het idee van een documentaire bespreekbaar werd. En voor hij zijn vader zover kreeg naar de oorden van de gruwel terug te keren, die er vaak verlaten bij lagen, gestold in de tijd.

Tijdens het draaien toetste Andrés beetje bij beetje de details bij zijn vader af. En beetje bij beetje begon Jorge zich meer te herinneren, dingen die hij zijn therapeut niet had verteld.

‘Die confrontatie was heel zwaar’, zegt Jorge. ‘Alles kwam terug. Hoe ik geblinddoekt naar die plaatsen werd gebracht. De experimenten die ze er met mij deden. Ik herkende het krakende geluid van de deuren. Ik zag mijn folteraars opnieuw in de ruimte staan. Al die tijd dacht ik dat ik mijn geheugen had gewist, maar ik had de herinneringen gewoon ergens heel diep opgeslagen.’

Een van de ergste dingen waaraan Jorge werd blootgesteld, was shocktherapie zoals je die in de film A Clockwork Orange ziet, erop gericht om daders te conditioneren en gevoelloos te maken voor geweld. Dagenlang, zonder enig besef van tijd en ruimte, werd hij verplicht naar de goorste gewelddaden te kijken. Al in 1978 beschreef Peter Watson de methode in War on the Mind. Het militaire regime in Chili was een van de eerste om ze zo gruwelijk efficiënt toe te passen.

‘Later zijn ze nog verder gegaan’, vertelt Andrés. ‘Een van zijn folteraars heeft een matrasrooster op hem gelegd, met daarbovenop een bloedend lijk. Mijn vader moest zo een hele nacht blijven liggen. Het is een van de laatste dingen die hij in therapie heeft beschreven.’

In de documentaire neemt de zoon zijn vader mee naar het ‘slachthuis’, waar Jorge moest toekijken hoe lijken werden verminkt, en naar de hangars die als folterkamers werden gebruikt. Er vallen veel stiltes. Details geven, daar heeft Jorge het nog altijd heel moeilijk mee. ‘Omdat ze niet nodig zijn om te begrijpen. En omdat ik er niet fier op ben. Soms voelde ik mij slachtoffer, soms folteraar. Door de methoden die ze gebruiken, voel je je op de duur een van hen.’

‘Mijn vader heeft misschien erge dingen gedaan en moeten doen,’ zegt Andrés, ‘maar hij is niet de moordmachine geworden die ze van hem wilden maken. Toen ik de transcriptie van zijn verhaal voor het eerst las, was ik in paniek. Ik wilde van zijn therapeut weten hoe ver hij was gegaan en of hij had gedood. Door zijn beroepsgeheim kon hij niet veel vertellen. Maar zonder dat ik ernaar vroeg, stelde hij mij gerust: “Uw vader heeft niemand vermoord.” En misschien zijn sommige dingen nog erger dan iemand doden, maar ik kan mijn vader niets kwalijk nemen.’

DE SCHADUW VAN PINOCHET
‘Eigenlijk is het een wonder dat hij nog leeft na alles wat hij heeft meegemaakt. Hij is en blijft een slachtoffer. Dat heb ik altijd in het achterhoofd gehouden. Bovendien: hij heeft de moed gehad om erover te praten en te zeggen dat het hem spijt. Dat kan niet van zijn folteraars worden gezegd, die nog altijd vrij rondlopen en alles blijven ontkennen.’

CHILI WIL VOORAL VERGETEN
Die folteraars wou Andrés voor zijn documentaire met de waarheid confronteren. ‘Ik heb zijn baas bij de telefoonmaatschappij thuis opgezocht. Hij ontkende alles of zei dat zijn geheugen hem in de steek liet.’ Gevaarlijker was de poging om met José P. in contact te komen, de broer van een jeugdvriend van Jorge en een van de meest gevreesde instructeurs van de Chileense geheime dienst. Sadistisch, en door de CIA opgeleid aan de beruchte ‘school voor moordenaars’ in Panama.

‘Met de hulp van een journalist in Chili had ik zijn militair dossier bemachtigd’, zegt Andrés. ‘Tot voor kort was hij onderdirecteur van een militaire school. Hij woont in een militaire compound, waar je niet zomaar kunt aanbellen. Dus heb ik de plek geschaduwd, om uit te zoeken wat de beste manier zou zijn om hem te benaderen. Mijn vader was in alle staten. Hij wou niet dat ik daarmee doorging, anders zou hij zijn koffers pakken, zei hij.’

‘Ik heb Andrés verplicht die militaire dossiers in water op te lossen en te verscheuren’, zegt Jorge. ‘Elk spoor, elk bewijs moest worden opgeruimd.’

Andrés erkent dat zijn vader er goed aan heeft gedaan hem tegen te houden. ‘Ik wilde ver gaan. Heel ver. Te ver misschien. Wat zou ik erbij gewonnen hebben? José P. zou nooit hebben toegegeven wat hij had gedaan, en het zou ons waarschijnlijk onnodig in gevaar hebben gebracht. Mijn vader weet tot wat mensen zoals hij in staat zijn. In het leger in Chili zitten nog altijd mensen die tijdens de dictatuur hun handen vuil hebben gemaakt en daar nooit voor veroordeeld zijn. Ze zijn nog altijd redelijk goed georganiseerd. Een paar telefoontjes en ze weten je zo te vinden.’

Zijn ze niet bang voor de reacties, of zelfs repercussies, als de documentaire later dit jaar in Chili zal worden vertoond? Andrés zocht de ergste folteraars van zijn vader dan wel niet op, hij noemt de naam van José P. (en anderen) en toont zelfs een recente foto van hem. ‘Die man is zich tot vandaag waarschijnlijk nergens van bewust. De verrassing zal des te groter zijn’, zegt Andrés met pretoogjes. ‘Ik ben er zeker van dat hij door de documentaire in de problemen komt.’ Jorge weet beter: ‘Ik geloof niet dat hij nog zal worden aangeklaagd.’

Andrés hoopt, wil geloven, dat hun documentaire iets teweeg zal brengen. ‘Misschien zullen andere slachtoffers opstaan, als ze hem op de foto herkennen. De getuigenis van mijn vader zal in Chili een polemiek veroorzaken. Het is het verhaal van een onschuldige man die het slachtoffer is geworden van een apparaat en die een ander gezicht geeft aan de terreur van dat apparaat. Hierna kunnen de Chilenen niet meer ontkennen wat destijds is gebeurd. Ze zullen niet meer kunnen zeggen: “Wij geloven u niet.” Want daar zijn ze altijd goed in geweest.’

Jorge en Andrés draaiden voor het eerst in Chili in 2013, tijdens een herdenking van de militaire staatsgreep in 1973. ‘Twee weken lang hadden alle tv-stations het erover, het leek wel collectief exorcisme’, vertelt Jorge. ‘Maar verder wordt er nooit over gesproken. Men wil het verleden vooral vergeten. In Chili is een maatschappelijk debat over de dictatuur nooit echt mogelijk geweest.’

‘Of ze geraken niet verder dan tegen elkaar te schelden’, vult Andrés aan, ‘de “fascisten” tegen de “communisten”. De Chileense samenleving blijft compleet verdeeld.’

POINT FINAL
De lancering van de documentaire in Chili laat Jorge aan zich voorbijgaan. ‘Te zwaar.’ Het liefst zou hij er niet meer op terugkomen. ‘Ik ben blij dat ik mijn verhaal heb verteld. Het was belangrijk voor mezelf om alles te kunnen reconstrueren en begrijpen. Zonder mijn zoon en de hulp van anderen was dat niet gelukt. Maar nu valt er niets meer te vragen of te vertellen. Dit is een afgesloten hoofdstuk.’

Denkt Andrés er ook zo over? ‘Ik denk dat we allebei ver genoeg zijn gegaan. Weet je, ik heb me soms schuldig gevoeld. Ik ben geen psycholoog of therapeut, maar ik heb veel van mijn vader gevergd. Ik ben blij dat ik ben doorgegaan, maar ik twijfelde soms of ik er wel goed aan deed. Of het zijn ziel zou helen.’

‘Tijdens het draaien van de documentaire heb ik er een Chileense journalist en activist bij gehaald om mijn vader te interviewen, omdat ik voelde dat hij niet alles aan mij kwijt kon. Mijn vader vond dat hij al genoeg had verteld, ik vond van niet. Het is een lang proces geweest om de dialoog op gang te brengen, hij heeft het er nog altijd moeilijk mee.’

Hoe moeilijk ook, het heeft de afstand tussen beiden gedicht. De muur die zo lang tussen hen in stond, is gesloopt.

‘Elke minuut van het proces was intens’, zegt Jorge. ‘Het heeft iets losgemaakt, diep in mij. Ik heb altijd mijn grenzen aangegeven, maar ik heb mijn grenzen ook verlegd. Ik ben blij dat ik mijn zoon het vertrouwen heb gegeven om dit verhaal te vertellen. Ik ben trots op hem. Hij is een man geworden.’

‘Mijn vader heeft zijn grootste geheim aan mij toevertrouwd, in de hoop dat ik er iets goeds mee zou doen’, zegt Andrés. ‘Dat is het mooiste geschenk dat hij mij kon geven.’

‘El color del camaleon’ (‘De kleur van de kameleon’),  vanaf 7/3 in de kleinere cinemazalen, daarna op de festivals Docville en Millennium. Later dit jaar op Canvas en RTBF en ook in de bioscoop in Chili. www.docpoppies.be

Director

The Belgian-Chilean Andrés Lübbert has a Master in Audiovisual Arts from the RITCS film school in Brussels. His documentaries participated in more then 130 International Film Festivals in 20 countries, and won 19 prizes. Andrés tells stories about his intercultural environment about migration, identity, Human Rights and social issues.

FILMOGRAPHY

2017 Dying for life – 77 min
2016 El color del camaleón – 88 min
2012 Marichiweu, venceremos por siempre – 58 min
2010 Colores de La Gloria – 59 min
2009 La realidad – 10 min
2008 Trukyman – 20 min
2007 Búsqueda en el silencio – 62 min

Trailer
Awards / Festivals

 

Special mention, Dok.fest München, Germany
Official Selection Guadalajara International Film Festival, Mexico
Official Selection Sofia International Film Festival, Bulgaria
Official Selection Docville, Belgium
Official Selection Millenium International Documentary Film Festival, Belgium
Official Selection Festival Encuentros del Otro Cine (EDOC), Ecuador
Official Selection International Documentary Festival Buenos Aires (FIDBA), rgentina
Official Selection Festival de Cine de Lima, Peru
Official Selection MARFICI (Festival Internacional de Cine Independientede Mar del Plata), Argentina
Official Selection Human Rights Film Festival Bolivia, Bolivia
Official Selection SANFIC – Santiago International Film Festival, Chile
Official Selection Festival International du Film Nancy, France
Official Selection Festival Internacional de Cine Viña del Mar, Chile
Official Selection Golden Tree International Documentary Festival Germany
Official Selection Viva! Latino Film Festival NYC Int’l, USA
Official Selection Festival de Biarritz Amérique Latine France
Official Selection DokuBaku International Documentary Film Festival, Azerbaidjan
Official Selection Sao Paulo International Film Festival, Brazil

Best Director in Chilean Competition, Santiago International Film Festival (SANFIC), Chile
Audience Award, Santiago International Film Festival (SANFIC), Chile
Special mention, Dok.fest München
, Germany

Official Selection Guadalajara International Film Festival, Mexico
Official Selection Sofia International Film Festival, Bulgaria
Official Selection Docville, Belgium
Official Selection Millenium International Documentary Film Festival, Belgium
Official Selection Festival Encuentros del Otro Cine (EDOC), Ecuador
Official Selection International Documentary Festival Buenos Aires (FIDBA), rgentina
Official Selection Festival de Cine de Lima, Peru
Official Selection MARFICI (Festival Internacional de Cine Independientede Mar del Plata), Argentina
Official Selection Human Rights Film Festival Bolivia, Bolivia
Official Selection SANFIC – Santiago International Film Festival, Chile
Official Selection Festival International du Film Nancy, France
Official Selection Festival Internacional de Cine Viña del Mar, Chile
Official Selection Golden Tree International Documentary Festival, Germany
Official Selection Viva! Latino Film Festival NYC Int’l, USA
Official Selection Festival de Biarritz Amérique Latine, France
Official Selection DokuBaku International Documentary Film Festival, Azerbaidjan
Official Selection Sao Paulo International Film Festival, Brazil

Cinema-release in Belgium by Docpoppies
www.docpoppies.be

Cinema-release in Spain, Chili,...

 

Presskit
( ... )

EXITUS

Toon Loenders, Bob Thissen, Maximiliaan Dierickx
Intro

une série de documentaires par Toon Loenders, Bob Thissen & Maximiliaan Dierickx


Mini-foto voor intro: 
Info

une série de documentaires par Toon Loenders, Bob Thissen & Maximiliaan Dierickx, en coproduction avec VRT-Canvas, NTR:, Submarine, avec le support du VAF | Mediafund et le coBofund

3 amis, explorateurs urbains et réalisateurs de film, voyagent à travers le monde à la visite de lieux mystérieux et abandonnées.
L’exploration urbain n’est pas seulement leur passion, c’est aussi leur raison de vivre. Tout au cours de leurs voyages, ils partent à la découverte de lieux extraordinaire de laideur, désolation et même de beauté. Ils seront en route pour des milliers de kilomètres, toujours à la recherche de nouvelles adresses secrets et de lieux abandonnés, avec pour but: faire revivre les lieux mythiques par le biais de l’animation stop-motion.

Credits

With: Bob Thissen, Jeroen Swyngedouw
DOP: Maximiliaan Dierickx
Sound engineer: Gedeon Depauw
edited by: Bram Rabaey, Maarten Van Vooren
production: Samuel Bruyneel

Trailer
Presskit
( ... )

Inside

Marc Schmidt
Intro

un film de Marc Schmidt

En coproduction avec seriousFilm, avec l'aide du Netherlands Film Fund et le Flanders Audiovisual Fund.

Mini-foto voor intro: 
Info

Un film de Marc Schmidt, en coproduction avec seriousFilm, avec l'aide du Netherlands Film Fund et le Flanders Audiovisual Fund.

Comment vivez-vous le moment où le
contact avec le monde extérieur est perdu et vous n'êtes pas constamment
confronté à des stimuli? Dans une combinaison de séquences documentaires, des
effets visuels et un monologue intérieur fictif, le film suit une femme âgée
isolée de son environnement et se perd et se coule dans un état onirique dans
lequel ses pensées, ses souvenirs et les émotions se superposer.

Director

 

Marc Schmidt (1970) werkt als onafhankelijk regisseur en geluidsman van documentaire films. Na zijn studie film- en televisiewetenschap in Utrecht en de kunstacademie in Tilburg, heeft hij als geluidsman en editor aan de meest uiteenlopende producties gewerkt. Daarnaast regisseerde hij een aantal korte fictiefilms. In de loop van de jaren heeft de documentairefilm zijn liefde gewonnen. Behalve als geluidsman werkt hij nu voornamelijk als regisseur van documentaires voor de publieke omroep. 
De rol van sociale codes in ons leven is een terugkerend thema in zijn werk. Hij maakte onder andere Schoolplein, een conceptuele documentaire over een schoolplein, gefilmd vanaf zijn balkon, en Bidcatcher, een visuele impressie van een veiling, waarmee hij de prijs voor beste documentaire op het Tampere Filmfestival won. Momenteel ontwikkelt hij Het Chimpansee Complex, een film over het resocialisatieproces van getraumatiseerde chimpansees.
De regels van Matthijs is een persoonlijke documentaire over zijn autistische schoolvriend.

Marc Schmidt (1970) werkt als onafhankelijk regisseur en geluidsman van documentaire films. Na zijn studie film- en televisiewetenschap in Utrecht en de kunstacademie in Tilburg, heeft hij als geluidsman en editor aan de meest uiteenlopende producties gewerkt. Daarnaast regisseerde hij een aantal korte fictiefilms. In de loop van de jaren heeft de documentairefilm zijn liefde gewonnen. Behalve als geluidsman werkt hij nu voornamelijk als regisseur van documentaires voor de publieke omroep. 

De rol van sociale codes in ons leven is een terugkerend thema in zijn werk. Hij maakte onder andere Schoolplein, een conceptuele documentaire over een schoolplein, gefilmd vanaf zijn balkon, en Bidcatcher, een visuele impressie van een veiling, waarmee hij de prijs voor beste documentaire op het Tampere Filmfestival won. Momenteel ontwikkelt hij Het Chimpansee Complex, een film over het resocialisatieproces van getraumatiseerde chimpansees.

De regels van Matthijs is een persoonlijke documentaire over zijn autistische schoolvriend.

 

Awards / Festivals

Netherlands Film Festival in 2014 - Dutch Documentary Competition

Presskit
( ... )

Je voudrais devenir...

Benoît Van Wambeke
Intro

une série de documentaires pour enfants de Benoît Van Wambeke


Mini-foto voor intro: 
Info

une série de documentaires pour enfants de Benoît Van Wambeke, en co-production avec KETNET, en collaboration avec Agentschap Ondernemen (gouvernement flamand)

Aussi loin que nos souvenirs nous le permettent, cette phrase nous a, à tous, trottée un jour ou l'autre dans la tête lors de notre enfance. Quels sont les facteurs qui font que tel ou tel individu choisit tel ou tel métier ?
L'environnement social et l'éducation sont probablement des éléments essentiels mais, heureusement, ils ne sont pas les seuls. Désir, rêve et plaisir peuvent également être des moteurs de satisfaction qui aident l'individu dans le choix de son occupation professionnelle.
"Je voudrais devenir..." fait découvrir aux enfants, des femmes et des hommes qui exercent un métier "extraordinaire" - le leur - et les guide à travers les infinies possibilités qu'il y a à choisir un métier. La passion et le plaisir peuvent finalement être les éléments fondamentaux de leur choix, de leur vie.
"Je voudrais devenir..." raconte des histoires de "héros".  Chaque épisode s'intéresse à un "héros" en pleine action.
"Je voudrais devenir..." est structuré par des chapitres et est animé par Piper - un personnage virtuel en 3D - qui aide les enfants à comprendre chaque épisode avec humour, passion et parfois même, effronterie...
"Je voudrais devenir..." se déroule dans des décors surprenants, ouvre l'esprit, invite à découvrir, voyager et apprendre

Credits

réalisation Benoit Van Wambeke
écrit par Nathalie Haspeslagh and Bob Goossens
caméra Jan Mestdagh
animations Walking The Dog

Director

Benoit Van Wambeke graduated IAD Brussels
after a career as assistant director of features, televisionfilms and commercials Benoit is directing corporate films, commercials, fictive shortmovies and his own documentaries (youíll never walk alone - 52í RTL-TVI) as well as commissioned projects (the caleidoscopic series - La CitÈ Radieuse - Arte France).

Trailer
( ... )

Le Drôle de Guerre d'Alan Turing

Denis van Waerebeke
Intro

a film by Denis van Waerebeke, en co-production avec les Films d'Ici, ARTE et la RTBF

Mini-foto voor intro: 
Info

Un film de Denis van Waerebeke, en co-productiom avec les Films d'Ici ARTE et la RTBF, avec le soutien du programme Media de la communauté Européenne, Procirep, CNC, la région Poitou-Charentes, Sofica, le centre du cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles et de VOO, et Universciences.

Alan Turing est, sans aucun doute, l’un des grands esprits scientifiques du XXème siècle. Peu d’autres ont abordé, avec autant de succès, des domaines aussi variés.
Mathématicien, héros (longtemps oublié) de la Seconde Guerre mondiale, il contribue à la victoire des Alliés en cassant les codes allemands... Pionnier de l’informatique, il écrit quelques uns des premiers programmes informatiques et invente l’idée d’intelligence artificielle. Et pourtant, ce destin exemplaire prend un tour tragique : son homosexualité lui vaudra d’être persécuté par son propre pays. Il mourra à 43 ans dans des circonstances encore mystérieuses...
Ce film de 52 minutes propose de faire découvrir l’étonnant destin de ce personnage dont les idées scientifiques ont tant contribué à façonner le monde d’aujourd’hui.

Director

CV DENIS VAN WAEREBEKE

Wiseband (2013)
2 films d’animation pour le lancement du site web du même nom
L’Europe des écrivains (2013)
Habillage pour l’émission d’Arte
Crise / Croissance / Concurrence / Travail / Circuit économique (2012)
5 films de 5 minutes pour pour la Cité de l'économie et de la monnaie, production Montage
séquences animées
 pour "Somnolence" (2012)
un documentaire de Maryse Bergonzat, production Quark
Le TGV raconté aux Martiens & Piétons augmentés (2011)
2 court-métrages en animation pour l’exposition Des transports et des Hommes
James, ou Le roman d’un médicament (2010)
court-métrage animé pour l’exposition Contrefaçon production Cargo films pour Universcience sélectionné à Imagine Science Films 2010 (New York)
Graines de chercheurs (2010)
web-documentaire, production : l’Œil sauvage avec le CNRS et la Cité des sciences
Alphonse contre Crounchymax & Comment nourrir tout le monde (2009)
2 courts-métrages en animation pour l’exposition Bon Appétit, production Montag
finaliste aux Vimeo awards 2010 /// Prix du film éducatif ou scientifique à Annecy 2011
Changer le monde avec le doigt (2009)
court-métrage coécrit avec Jackie Berroyer pour Cut-up (Arte), production Quark
Espèces d’espèces (2008)
documentaire scientifique, 90 min - production Ex-Nihilo / Agat films / France 5 / Arte
grand prix au Festival international du film scientifique de Paris 2008, grand prix au
Science Film Festival Thailand 2009, festival du film de science La Réunion 2008, etc.
Listomania (2007)
pilote pour un magazine de société 2007 production Quark pour Arte (unité documentaire)
Classification systématique du vivant extraterrestre (2006)
12 min. - parodie de films scientifique mélangeant extraits de films et
animation production Cargo pour la soirée « Cosmic Connexion » (Arte)
Karambolage (2003 - 2004)
une dizaine de sujets en animation pour l’émission d’Arte
Archimède (2003 - 2004)
collaboration régulière à l’émission scientifique d’Arte réalisation d’une rubrique quasi-hedomadaire en animation
Cyberculture (1996-1999)
collaboration régulière au magazine de Canal + réalisation de numéro spéciaux, notamment « Simulateurs ! » et « 25 ans de jeux vidéo »
Clips (1993-1998)
(Les Innocents, Vladtronic...) & spots publicitaires (Volkswagen...) production Le Village et Gédéon
La saga des Nobel (1997)
conception graphique de la série (13 x 26 minutes) & réalisation de 2 films
production Guilgamesh pour la Cinquième
Extérieurs nuits (1993-1994)
collaboration régulière à l’émission de cinéma de FRANCE 3, production Flachfilm
Le bal des casse-pieds (1993)
générique pour le film de Yves Robert
L’œil du cyclone - Overgame (1993)
documentaire / création autour des jeux vidéo, production Le Village pour Canal +
Dynamo (1992)
sujets en banc titre et animation par ordinateur pour le magazine de La Sept Production Téléma / La Sept
Le Grand Marteau Show (1988)
jeu télé parodique, production Ex-Nihilo pour Vidéo Plaisir (CANAL +)
prix de la première oeuvre du GREC, mérite spécial au Tokyo Video Festival

( ... )

SUR LES TRACES DE ROBERT VAN GULIK

Rob Rombout
Intro

a documentary film by Rob Rombout

Mini-foto voor intro: 
Info

un film de Rob Rombout, en co-production avec Zeppers Film, avec le support du Flanders Audiovisual Fund, le Centre du Cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles et de VOO, The Netherlands Film Fund, le Tax Shelter du Gouvernement Fédéral belge.

Robert van Gulik (1910-1967) est peut-être un des auteurs néerlandais les plus lus au monde. Ce diplomate, sinologue et érudit est principalement connu pour ses romans policiers dont le juge Ti est le héros. Ces livres sont à de nombreux égards des projections de sa propre vie, un dialogue entre lui-même et son personnage de fiction. Cette dualité est également présente dans le projet de film: réalité et fiction se confondent.

Credits

écrit et réalisé par Rob Rombout
photographie Stef Tijdink
son Yves Goossens-Bara
co-producteur Frank van den Engel

Trailer
Presskit
( ... )

Le fils unique

Simonka De Jong
Intro

un film de Simonka de Jong

en co-production avec IDtv-docs, le Dutch Buddhist Broadcast company, avec le support du Dutch film Fund, du Dutch Media-fund, du Dutch coBo-Fund et du Flanders Audiovisual Fund.

Mini-foto voor intro: 
Info

a film by Simonka de Jong, en co-production avec IDtv-docs, le Dutch Buddhist Broadcast company, avec le support du Dutch film Fund, du Dutch Media-fund, du Dutch coBo-Fund et du Flanders Audiovisual Fund.

Le mariage forcé du fils Pema avec une jeune fille issue de son village d’origine pèse sur les liens qui unissent une famille tibétaine répartie aux quatre coins de la planète

Credits

Written & Directed by Simonka de Jong
camera Wiro Felix
sound recordist Rik Meier
edited by Menno Boerema
original music by Hans Helewaut
De_tocht 1Nils Fauth

Trailer
Awards / Festivals

World première at IDFA, Amsterdam, The netherlands, 2012
official selection Hot Docs, Toronto, 2013
Documentary Edge Festival, New Zeeland, 2013

( ... )

Dreamcatchers

Cédric Bourgeois & Xavier Séron
Intro

un film de Cédric Bourgeois & Xavier Séron

En co-production avec Novak Prod et RTBF, avec le support du Flanders Audiovisual Fund, du centre du cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles et de Voo, et CBA.

Mini-foto voor intro: 
Info

a film by Cédric Bourgeois & Xavier Séron, en co-production avec Novak Prod et RTBF, avec le support du du Flanders Audiovisual Fund, du centre du
cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles et de Voo, et CBA.

Un groupe d’apprentis catcheurs mus par l’énergie de Salvatore Bellomo (60 ans) s’entraine avec acharnement dans l’arrière salle d’un café du Borinage, ancienne région minière de Belgique. Le Gigolo, Tarzan, Andynamite, Priscilla, La Rage, Eddie Dark ... rêvent tous de devenir professionnels, comme leur professeur. Pendant plus de trente ans, Salvatore a catché avec les plus grands notamment au sein de la prestigieuse WWF. Aujourd’hui, il a décidé d’emmener ses élèves aux Etats-Unis sur les traces de son passé. En attendant le grand jour, ils vivent ensemble leur passion prenant parfois des risques insensés pour satisfaire le public local et forcer l’avenir.

Director

Xavier Séron

Réalisateur et scénariste, Xavier Seron est né à Bruxelles en 1975. Après des études de droit, il entre à l’Institut des Arts de Diffusion en 2001. En 2005, Rien d’insoluble, son film de fin d’études, est primé à de multiples reprises et sélectionné dans plus d’une cinquantaine de festivals à travers le monde (parmi lesquels la Mostra de Venise). En 2007, il écrit et réalise avec Christophe Hermans un court métrage de fiction intitulé Le Crabe. Le film est notamment sélectionné au festival Premiers Plans d’Angers et remporte diverses récompenses parmi lesquelles : le Prix du Meilleur film au Festival International du Film Francophone de Namur ainsi qu’au Festival International du court métrage de Téhéran. En 2008, il collabore à l’écriture du long métrage documentaire Les Parents de Christophe Hermans et coécrit En compagnie de la poussière, un court-métrage de Jacques Molitor (sélectionné au festival de Locarno). Pour Bouli Lanners, il réalise avec la complicité du comédien Jean-Jacques Rausin L’Eldorado selon Jean-Jacques, le making-of du film Eldorado. En 2010, il commet avec Meryl Fortunat-Rossi un court métrage éthologique et éthylique intitulé Mauvaise lune. Au Brussels Short Film Festival, le film remporte le prix du public et le prix d’interprétation masculine (décerné à Jean-Jacques Rausin). En ce moment, Xavier prépare Je me tue à le dire, son premier long métrage de fiction ainsi que Dreamcatchers, un documentaire sur des catcheurs belges.

Cedric Bourgeois

Né en 1983, Cédric Bourgeois quitte la France pour s’installer à Bruxelles juste après son BTS Audiovisuel option montage à Bayonne. En 2008, il réalise et autoproduit son pemier court métrage Il n’y a pas d’ailleurs qui sera à la Sélection officielle non compétitive Festival International du Film d’Amiens (2009) et à la Sélection officielle du Festival International du Film Policier de Liège (2010). En 2009, il enchaîne avec une autre autoproduction, un clip-fiction Littles Ones qui sera à la Sélection officielle catégorie clip du Festival International du Film de Namur (2009) ainsi qu’à la Sélection officielle Fantasporto (2010). Il assure depuis 2009 la réalisation (filmage et montage) des bonus DVD court métrages de la Semaine de la Critique à Cannes. Dreamcatchers est son premier documentaire.

( ... )
Syndicate content